Je kunt alles worden wat je wilt, als je het maar hard genoeg probeert’.

 

Dat is vooral onder Amerikanen een populaire stelregel, volgens Tom Rath.

Rath is bekend van het StrenthsFinder-assessment en het boek ‘Ontdek je sterke punten 2.0’.

Nee, je kunt niet alles worden wat je wilt”, zegt Rath. “Je kunt wel een betere versie worden van wie je al bent”.

 

Met zijn gedachtegoed borduurt Rath voort op de filosofie van zijn opa, Donald Clifton (1924-2003).

 

Die filosofie komt kort gezegd hierop neer:

Word je bewust van je natuurlijke aanleg.

Bouw die talenten vervolgens verder uit met kennis en ervaring.

Zet je talenten in en je zult meer plezier en succes hebben in je werk.

 

Maar hoe vaak zijn mensen niet vervreemd van hun natuurlijke aanleg?

Hebben ze geprobeerd om van een appelboom een perenboom te worden. Zoals Marinus Knoope het verwoordt in zijn boek ‘De creatiespiraal’.

Dat kun je wel proberen, maar als appelboom zul je nooit mooie peren voortbrengen.

 

Van appelboom een perenboom worden

 

Doe je natuurlijke aanleg dan ook geen geweld aan. Maak gebruik van je talenten, je sterke punten en ontwikkel ze.

 

Heb je jouw talenten nog niet zo scherp?

Volgens Marcus Buckingham zijn je sterke punten te herkennen aan een viertal kenmerken, samengevat in het acroniem SIGN.

In SIGN staat ‘S’ voor Succes, ‘I’ voor Instinct, ‘G’ voor Groei en ‘N’ voor Noodzaak.

S: Als je gebruik maakt van je sterke kanten, dan ben je effectief in je werk; je hebt succes.

I: Je kijkt met plezier uit naar het inzetten van je talenten en zoekt naar andere taken waarbij je dit kunt doen; je doet dat als vanzelf/instinctief.

G: Tijdens het uitvoeren van je taak ben je nieuwsgierig, geconcentreerd en je leert telkens bij; je groeit.

N: Na de taak voel je voldoening; je ervaart noodzaak.

 

Kijk met die kenmerken voor ogen eens naar de taken waar je afgelopen week of afgelopen weken mee bezig bent geweest.

Wanneer herkende je bovengenoemde kenmerken?

Alle kans dat je toen jouw talenten hebt ingezet.

 

 

Wist je dat uit onderzoek blijkt dat maar 17% van de mensen het grootste deel van de werkdag gebruik maakt van zijn sterkste punten?

Is dat niet bedroevend?

 

Temeer omdat het kunnen inzetten van je sterke kanten ook grote invloed heeft op jouw betrokkenheid in je werk.

Het blijkt zelfs dat mensen die de mogelijkheid krijgen om zich elke dag op hun sterke punten te richten, tot zes keer meer betrokkenheid voelen bij hun werk.

En meer dan drie keer sneller zullen aangeven dat ze ergens in uitblinken.

Dit in vergelijking met mensen die in hun werk niet de mogelijkheid hebben om zich te richten op hun sterke punten.

 

 

Waarom dan nog aandacht besteden aan zwakke kanten? Zeker veel aandacht?

Het mag toch langzamerhand wel duidelijk zijn dat je sterke kanten meer aandacht verdienen dan je zwaktes?

Ook al wil nog niet iedereen dat onderkennen.

 

 

Ga aan het werk om jouw sterke punten boven water te krijgen.

In mijn aanpak focussen we ook daarop. We maken dus geen sterkte-zwakte analyse.

 

We brengen jouw sterke kanten in kaart door te werken met succesverhalen.

Uit die succesverhalen destilleren we jouw kwaliteiten.

Je zult ervaren dat jouw sterke punten voldoen aan de kenmerken samengevat in SIGN.

 

 

Heb je jouw kwaliteiten eenmaal in kaart, dan wordt jouw volgende stap het creëren van werk waarin je kunt focussen op die sterke kanten.

Zodat je succes ervaart.

En je als vanzelf taken creëert en naar je toe trekt, waarin je jouw talenten in kunt zetten.

Je flow ervaart, voelt dat je groeit en voldoening hebt van je werk doordat je voelt dat je nodig bent en een waardevolle bijdrage levert met het werk dat je doet.

 

 

 

Kun je daarbij wel wat hulp gebruiken?

Neem gerust contact met me op.

In onderling overleg bepalen we welk begeleidingstraject het beste bij jou past.

 

 

 

 

Mijn eerste baan bij de afdeling Algemene Onderwijskunde van Fontys Lerarenopleidingen was ter vervanging van een collega.

Ik gaf vakken als onderwijsoriëntatie, ontwikkelingspsychologie, didactiek en filosofie van opvoeding en onderwijs.

Dat waren nog eens tijden. Met name bij de afdeling TeHaTex (Tekenen, Handvaardigheid en Textiel). Het was begin tachtiger jaren en ik zie het nog voor me: breiende studenten in de collegebanken. En dat deden ze heus niet alleen bij mij. “We letten wel op hoor”, zeiden ze dan. En dat was ook zo.

Voor mij was multitasking ook wel herkenbaar. Ik heb hele truien gebreid, terwijl ik tegelijkertijd boeken las. Het boek op schoot en naar mijn breiwerk hoefde ik maar met een half oog te kijken. Het breien zelf ging automatisch.

 

Heel anders waren de lessen voor de deeltijdstudenten, met name bij Geschiedenis. Na hun werk kwamen ze in de avonduren naar de les. Altijd goed voorbereid en heel gemotiveerd.

 

Na de vervangingsperiode werd ik met enige regelmaat gevraagd om in te springen als men mankracht tekortkwam. Achteraf bezien, werkte ik als een soort uitzendkracht. Ik werd ingehuurd als ik nodig was en vertrok weer als in de behoefte was voorzien.

Lange tijd vond ik dat acceptabel. Ik vond het in elk geval geen probleem. Als ik er nu op terugkijk, dan doet het me denken aan wat ze in de psychologie het gekookte kikker syndroom noemen. Gooi je een kikker in een pan kokend water, dan springt hij er direct weer uit. Zet je een kikker in een pan koud water op een warmtebron, dan blijft hij zitten en raakt langzamerhand gekookt.

De vergelijking gaat niet helemaal op. Want toen ik me steeds meer bewust werd van mijn positie en het me figuurlijk te warm werd, was het tijd voor een ommekeer.

Het was al te gek dat ik zo met mezelf liet sollen. In plaats van dat ik me vereerd voelde dat ik weer mijn bijdrage mocht leveren, werd ik me steeds meer bewust van mijn waarde op de arbeidsmarkt. En durfde ik mijn voorwaarden te stellen.

Na weer een periode van afwezigheid werd ik gevraagd voor een aantal vakken en lessen. Met name op het terrein van leerlingbegeleiding en mentoraat. Het aanbod sprak me aan, maar alleen onder mijn voorwaarde; een aanstelling voor onbepaalde tijd. Die kreeg ik en al met al heb ik zeven jaar met veel plezier bij Algemene Onderwijskunde gewerkt.

Naast mijn vakken in de lerarenopleiding ontwikkelde ik samen met collega’s nascholingscursussen en voerde die uit. Met name: organisatie van leerlingbegeleiding en mentoraat voor schoolleiders en decanen van scholen voor voortgezet onderwijs. En zo groeide mijn belangstelling voor keuze- en loopbaanbegeleiding.

 

Bewust van je waarde op de arbeidsmarkt

 

Hoe is dat voor jou?

Ben jij je bewust van wat je waard bent op de arbeidsmarkt?

Voel jij je op waarde geschat?

Heb je een goed beeld van jouw kwaliteiten en kun je daarover zelfverzekerd communiceren? Kun je aan de hand van concrete voorbeelden laten zien en horen welke resultaten jij met jouw kwaliteiten hebt neergezet?

Zodat een werkgever een beeld krijgt van wat het hem oplevert als hij jou met jouw kwaliteiten in dienst neemt?

En heb je een beeld van wat qua salaris gangbaar is voor de functie die je ambieert? Heb je daarvoor jouw marktonderzoek gedaan?

Durf je te onderhandelen, wetend wat jij waard bent op de arbeidsmarkt?

 

Kun je niet alle vragen met ‘ja’ beantwoorden? Ook al had je dat graag gewild, juist omdat je stappen wilt zetten in je loopbaan?

Maak een afspraak voor een oriënterend gesprek met deze link.

In een oriënterend gesprek verkennen we waar je met name behoefte aan hebt. En waarbij je hulp kunt gebruiken om jouw koers uit te stippelen richting de toekomst en jouw doelen te realiseren.

 

 

 

 

Toen hij voor het eerst bij me kwam, had hij geen idee welke richting hij uit wilde.

“Ik word niet gelukkig waar ik nu ben, maar ik weet niet waarom niet en ik weet ook niet wat ik wel wil.

Het is echt een heel groot zwart gat.”

 

Een beetje zelfonderzoek heeft hij gedaan, maar dat gaf geen oplossing.

Het was een hele stap voor hem om hulp te vragen, om te onderkennen dat hij er zelf niet uit komt.

 

Gaande het coachtraject komt hij eruit.

Ik was met al die opdrachten bezig en het werd steeds kleiner en kleiner en kleiner.

Op een gegeven moment viel het kwartje.

Ik herinner het me nog heel goed.

Ik was op vakantie met mijn vriendin.

En tijdens die vakantie zei ik op een dag “Ik weet het”. ”Nu weet ik het; softwareontwikkeling”.

 

Het is totaal iets anders dan hij tot dan toe heeft gedaan.

Ook in zijn vrije tijd heeft hij er nooit wat mee gedaan.

Zijn omgeving reageert dan ook heel verbaasd; “He? En waarom dan?”

 

Voor hem is het een hele opluchting.

Hij weet in welke richting hij verder wil en heeft weer een doel.

 

Maar dan begint weer een hele zoektocht.

“Ik weet nu wat ik wil, maar hoe kom ik daar?”

 

Daarop terugkijkend was dat voor hem best pittig.

Hij kon niets bieden qua ervaring en had niet de juiste achtergrond.

Niet eens een passend vakkenpakket in het voorgezet onderwijs.

En qua leeftijd was hij met zijn 44 jaar ook niet meer de jongste.

 

Hij had zelfs geen alternatief plan.

Softwareontwikkeling, dat moest het worden.

 

Na enig onderzoek komt hij tot een besluit.

“Ik moet een leerwerktraject hebben.

De organisatie die mij de training geeft, moet mij aanbieden aan een organisatie waar ik stage kan lopen.”

 

Dat soort organisaties zijn er niet zo veel, maar hij wist ze te vinden.

Hij komt een organisatie op het spoor die zich juist richt op mensen die geen technische achtergrond hebben.

Hij leest hun referenties, blogartikelen en LinkedIn berichten.

Die geven hem veel informatie en bevestigen hem in zijn keuze voor hun concept.

De selectie voor het opleidingstraject is zwaar, maar hij komt erdoor.

Mede dankzij zijn goede voorbereiding.

 

Van de traineegroep is hij de oudste.

In het team waar hij stageloopt is dat ook het geval.

Zelf zegt hij daarover:

Wel grappig.

Ik ben degene met de minste kennis, wel de oudste.

Maar geen enkele belemmering hoor”.

 

Inmiddels is het traineetraject afgesloten.

En heeft hij een contract bij een energieleverancier.

Via die organisatie is hij alweer met verdere bijscholing begonnen.

 

Terugkijkend op hoe hij bij mij terecht gekomen is, zegt hij:

Ik zat in een enorme dip toen ik hier kwam, liep helemaal vast en dacht ‘wat kan ik nog’?

Ik ben te oud, heb te veel verschillende banen gehad en heb me niet gespecialiseerd.

Ik moet de rest van mijn leven denk ik dit maar blijven doen.

Maar dat wil ik niet, want ik ben ongelukkig.

Dus ik moest wel.

Ik moest echt wel, want qua gezondheid ging het niet goed met mij.

Niet dat ik ziek thuis kwam te zitten, maar elke werkweek voelde voor mij heel zwaar.”

 

En over zijn coachtraject zegt hij:

“Het is goed dat mensen beseffen dat het heel hard werken is.

Dat het je niet komt aanwaaien.

Als je ongelukkig bent met je werk, dan is er maar één persoon die daar iets aan kan doen en dat ben jij zelf.

En het is ook niet zo dat iemand tegen jou gaat zeggen ‘Doe dat of dat dan maar’.

Het is echt zelf ontdekken.

En als je alleen maar bezwaren ziet en beren op je weg, dan gaat het je niet lukken.”

 

Als je alleen maar bezwaren ziet en beren op je weg

 

 

Ben jij net als mijn oud-coachklant niet gelukkig met je werk?

Valt elke werkweek je zwaar?

Lees mijn boek Wat wil ik nu echt?– Een loopbaanstrategie voor gedreven hbo’ers en academici die meer waarde willen realiseren in hun werk.

Schat je in dat een individueel coachtraject beter bij je past?

Neem gerust contact met me op. Graag maak ik tijd voor je vrij om je vragen te beantwoorden.

 

 

 

 

Fietsen is makkelijk te leren en als je het eenmaal hebt geleerd, dan vergeet je nooit meer hoe het moet.

Dat wordt vaak gezegd.

Destin Sandlin dacht het ook.

 

Maar de lassers hadden een grap met hem uitgehaald.

Ze hadden een speciale fiets voor hem gemaakt.

Als je het stuur naar links draait, gaat het wiel naar rechts.

En als je het stuur naar rechts draait, dan gaat het wiel naar links.

 

Oké, dat is dan een kwestie van gewoon even andersom denken.

Dat is vast niet zo moeilijk om te leren.

Dat dacht Destin Sandlin.

Hij sprong op de fiets.

Klaar om te laten zien, hoe snel hij het door zou hebben.

Maar het pakte anders uit.

Hij bakte er helemaal niets van.

 

andere manier van denken en kennen en kunnen is niet hetzelfde

 

Het is hilarisch om te zien.

Enerzijds moet hij erom lachen, maar hij raakt ook danig gefrustreerd dat het hem niet lukt.

Voor zijn gevoel is zijn denken helemaal in de war.

Hij weet wat er met de fiets aan de hand is en hoe hij de fiets moet besturen, maar hij begrijpt niet hoe het komt dat het hem niet lukt.

 

Hoe kan het dat je, als je een bepaalde manier van denken in je hoofd hebt, die soms niet kunt veranderen?

Hoe graag je dat ook wilt?

 

Maar hij beet zich erin vast. Leren zou hij het.

Acht maanden lang oefende hij elke dag 5 minuten.

En ja hoor, toen was de knop om.

 

Nieuwsgierig geworden door zijn eigen ervaringen deed hij een vergelijkbaar experiment met zijn zoontje.

Zijn zoontje kon al drie jaar fietsen. Meer dan de helft van zijn leven.

Hij was benieuwd hoe lang het zou duren voordat zijn zoontje op een ‘omgekeerde’ fiets kon fietsen.

Wat bleek?

In twee weken tijd kon hij iets, waar zijn vader acht maanden over had gedaan.

Destin Sandlin concludeerde daaruit dat een kind kennelijk meer neuroplasticiteit heeft dan een volwassene.

Daar moest hij het dan mee doen.

 

Destin Sandlin geeft nu veel presentaties op universiteiten en hogescholen.

Hij neemt zijn fiets mee en nodigt mensen uit het publiek uit, de uitdaging aan te gaan.

Maar de een na de ander lukt het niet om op de fiets te fietsen.

 

Kennen en kunnen is niet hetzelfde.

En kennen is niet gelijk aan begrijpen.

 

Ik ervaar het in mijn coachtrajecten.

Met name wat betreft de andere manier van denken over baanverwerving.

We kaarten dat topic aan bij de start van elk traject.

Want het is kenmerkend voor mijn aanpak, mijn manier van werken als loopbaancoach.

 

Met regelmaat is de traditionele manier van denken bij een coachklant zodanig ingebakken, dat de knop niet echt om wil.

Dat het in elk geval heel makkelijk is om weer terug te vallen in de traditionele manier van baanverwerving.

Zo kan het dan soms gebeuren dat een coachklant mij vraagt hoe je je cv inricht voor open sollicitaties, als je twee sporen open wilt houden.

Of mijn vraag hoe het actieplan eruit gaat zien beantwoordt met “vacatures zoeken en sollicitatiebrieven schrijven.”

Kennelijk is de traditionele manier van denken over baanverwerving voor sommigen zodanig ‘ingebakken’, dat het heel lastig is om de knop om te zetten.

Maar hebben klanten zich de proactieve manier van baanverwerving eenmaal echt eigen gemaakt, dan ‘hoppen’ ze vrijelijk van de ene mooie baan naar de andere.

 

 

Wil jij niet langer afhankelijk zijn van vacatures, een werving- en selectiebureau of een recruiter?

Wil jij je de proactieve manier van baanverwerving eigen maken?

Wil je bouwen aan een stevig fundament om succesvol jouw ideale werk te realiseren?

Lees mijn boek WAT WIL IK NU ECHT?

En schat je bij voorbaat in dat je wel wat hulp kunt gebruiken om zover te komen, dat je je die nieuwe manier van denken zodanig eigen kunt maken dat je die kunt toepassen?

Neem gerust contact met me op om je te oriënteren naar de mogelijkheden.

 

 

 

 

Het is alweer even geleden dat ik een dagje met mijn zus op stap was. Van tijd tot tijd gunnen we ons dat.

Ik wilde graag weer een keer naar Tilburg. Daar zijn voor mij bijzondere ontwikkelingen gaande. Met name in de Spoorzone, ooit de werkplaats van de Nederlandse Spoorwegen.

Vijftien jaar heb ik in Tilburg gewoond. Toentertijd was de Spoorzone een plek waar je niet kwam. Het was een beetje een gribus. Daar had je niets te zoeken.

Maar nu? Er rondbanjeren is voor mij een feest. Het geeft me energie, het geeft me inspiratie, ik word er helemaal blij van. Zeker als er ook nog een zonnetje schijnt.

Ik ben gek op industriële panden. Vooral als die een nieuwe bestemming krijgen, waarbij de rauwheid gehandhaafd blijft. Want als het allemaal te netjes en te gelikt wordt, dan is voor mij de schoonheid er weer af.

 

Oude ‘zooi’ kun je platgooien en er iets nieuws voor in de plaats zetten, maar je kunt er ook eens met andere ogen naar kijken. En wie weet wat je dan ontdekt.

Dat geldt niet alleen voor gebouwen, maar ook voor jouw loopbaan.

Misschien denk je dat jouw verleden qua opleiding en werk voor nu weinig betekenis heeft. Dat het geen aanknopingspunten biedt voor een volgende stap. Zeker als je het gevoel hebt dat je een andere richting in wilt slaan.

Maar wie weet. Als je echt op onderzoek uitgaat en met andere ogen gaat kijken naar het werk dat je tot nu hebt gedaan, dan kan het verrassend zijn wat er boven komt drijven.

Laat je voor het schatgraven inspireren door de oefeningen die ik je aanreikte in mijn vorige artikel.

 

En heb je eenmaal het voor jou bijzondere blootgelegd, denk daar dan eens creatief op door. Dan kunnen er mooie dingen ontstaan.

Net als in de Spoorzone.

Ik vind het bijzonder en ook wel grappig om te zien wat je er allemaal tegenkomt. En dat nu al, terwijl het hele project pas in 2030 klaar is.

Voor elk is er wat wils. Je kunt het zo gek niet bedenken; een theater, een ontdekstation voor kinderen, een Hall of Fame met een Ladybird Skatepark, een brouwerij, een smederij waar nu allerlei feesten gegeven worden.

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Alom plekken om elkaar te ontmoeten, samen te werken, te vieren, te ontdekken en te genieten.

 

Je hoeft dus lang niet altijd de boel plat te gooien om weer iets nieuws te bouwen. Op zijn minst kun je de oude fundamenten gebruiken. Daarop kan dan weer iets moois verrijzen.

 

Het is de kunst om aan te sluiten bij het moois dat het oude jou te bieden heeft. Daarop nieuw licht te laten schijnen. Waardoor de pareltjes zichtbaar worden. En dan daarop voort te bouwen.

 

In het Tilburgse heeft men de werkplaats van de Spoorwegen aangeboord als bron voor mooie stedenbouwkundige ontwikkeling.

Zo kun jij jouw eigen bron aanboren voor jouw ontwikkeling.

En wie weet, al schatgravend in jouw verleden als persoon en professional, kom je misschien Dichter bij de Hemel dan ooit.

 

Dichter bij de Hemel kom je nooit

 

Wil jij nu écht werk te maken van ander werk? Maar weet je niet waar te beginnen? En heb je behoefte aan een expert en mentor die samen met jou op ontdekkingstocht gaat?

Een individueel coachtraject kun je op elk moment starten. Bovendien is een individueel traject altijd maatwerk. In een intakegesprek bepalen we waarop jij wilt focussen.

Neem gerust contact met me op via e-mail ([email protected]) of via telefoon (0575-544588/06-54762865)

 

 

 

 

 

Adje pelt een sinaasappel met zijn zakmes.

De schil mag niet breken.

Een oranje slang krult boven zijn schoot.

Sissend met een witte buik. Adje laat hem dansen.

Hij is een slangenbezweerder bij het circus.

Komt dat zien.

De mensen staan voor hem in de rij. Ze klappen.

Hij buigt. Zijn naam staat geschreven in duizend lampjes.”

 

Uit: Adje Doet Heel Druk, geschreven door Adriaan van Dis

Adviezen van Adriaan van Dis voor een rijker leven.

 

Adje Doet Heel Druk is een Gouden Boekje voor kindjes van 3+. Grappige teksten en de illustraties van Lotte Klaver maken het boekje helemaal af.

De verhaaltjes zijn sterk autobiografisch. Adje is de jonge Adriaan.

 

Dat werd me heel duidelijk na het beluisteren van een interview met Adriaan van Dis in het kader van de serie interviews ‘Lessen voor een rijker leven’.

 

Adriaan was een druk klein ventje. Zelf zegt hij: “een ADHD’er, ook al werd dat toen niet zo genoemd.”

 

En ook al is het boekje over Adje heel leuk en ontzettend humoristisch geschreven, het leven van Adriaan was niet zo lichtvoetig.

Integendeel.

Het leven is volgens hem hoogst ingewikkeld.

Geluk is een fonkeling.

Geluk is iets dat je een enkele keer overkomt. 

Je wordt niet gelukkig van het nastreven van geluk.”

 

Een bucket list is volgens hem dan ook een recept voor ongeluk.

 

Leven is geen aaneenschakeling van leuke momenten.

Tegenslagen horen erbij. Daar zal je mee moeten leren leven.

Veel vallen, stof afslaan en doorgaan.”

 

Tegenslagen heeft hij zelf volop ervaren.

Zijn vader, Victor Justin Mulder, is geboren in Nederlands-Indië uit Nederlandse ouders.

Zijn moeder was Maria van Dis uit Breda.

Maria en Victor Justin leerden elkaar kennen in Nederlands-Indië.

Maria had toen al drie dochters uit haar huwelijk met een KNIL-militair.

Ook zijn vader was in Indië al eerder getrouwd geweest.

Met name door het eerdere huwelijk van zijn vader konden zijn vader en moeder niet met elkaar trouwen.

Officieel kreeg hij, als onwettig kind, de naam van zijn moeder.

Om de schone schijn op te houden droeg hij voor de buitenwereld de naam van zijn vader.

Pas toen hij ging studeren gebruikte hij Van Dis als achternaam; de achternaam van zijn moeder.

 

Enerzijds voelde hij zich slachtoffer. Maar met name ook door jarenlange therapie kwam hij erachter dat hij ook een tarter, een uitdager was.

 

Je kunt het je misschien niet voorstellen, maar Adriaan was een slechte speller.

Zoals hij zelf zegt, “Misschien ben ik daardoor wel een goede schrijver geworden.

Misschien zijn we wel de hele dag bezig om te vechten tegen iets dat we niet kunnen.

Vechten piloten tegen hun hoogtevrees. En chirurgen tegen hun niet tegen bloed kunnen.”

 

Hij vond zichzelf ook dom.

In eerste instantie heeft hij de MULO gevolgd.

Toen de HBS en daarna de Kweekschool, nu PABO.

Uiteindelijk deed hij doctoraalexamen in de Nederlandse en Zuid-Afrikaanse letterkunde.

 

 

In het interview in het kader van ‘Lessen voor een rijker leven’ kreeg Adriaan van Dis de volgende vraag voorgelegd:

”Als je terug zou kunnen gaan in de tijd, welk advies geef je je jongere zelf voor een rijker leven?”

Adriaan van Dis geeft een aantal tips waar niet alleen zijn jongere zelf, maar ook jij en ik ons voordeel mee kunnen doen.

 

Volgens Adriaan is je verplaatsen in de ander de hoofdopdracht in het leven.

“Dat leer je niet op school.

Verplaatsingskunde leer je door boeken te lezen en films te kijken.”

 

Er zijn twee wolven in je die om aandacht vragen.

Een grommende wolf die boos is en gevoed wil worden en een kwispelende wolf die om aandacht vraagt.

Wie moet je voeden?

Je moet die voeden die het beste voor je is.

Je moet niet de slechte kanten in jezelf voeden, maar de goede kanten.”

 

“Denk niet zoals iedereen denkt.

Geef ook ruimte aan je grilligheid en verken je donkere kanten.”

Zo zegt Adriaan van zichzelf enerzijds een enorme pleaser te zijn; zijn theatrale kant.

Zijn kwetsbare en rebelse kant komt naar voren als schrijver.

 

Ben je niet gelukkig met je werk en voel je je niet op je plek?

Stap eruit. Laat je niet tegenhouden door mensen die je elke keer terugtrekken.

Wees niet zo bang. Steek je tong uit. Vertrouw op jezelf.

Plan je eigen pad en kies wat jij wilt.”

 

En nog een paar andere uitspraken:

Wind je niet op. Geef de klootzakken de ruimte en kijk ernaar.”

en

“Ga eens poëzie lezen. Poëzie is de ingekookte vorm van literatuur”

 

 

Ben jij in je werk vooral bezig met wat je niet goed kunt?

Of ben je niet gelukkig met je werk en voel je je niet op je plek?

Neem de tip van Adriaan van Dis ter harte.

Durf eruit te stappen. Laat je niet tegenhouden door mensen die je elke keer terugtrekken.

Vertrouw op jezelf.

 

En kun je daarbij een goede gids en steun in de rug gebruiken?

Je weet hoe je me kunt contacten.

 

 

 

 

Als je tenminste Kilian Wawoe, beloningsexpert en schrijver van het boek Het Nieuwe Belonen moet geloven.

Misschien is zeuren in dit verband niet helemaal het juiste woord. En is erom vragen beter.

Met zeuren bedoelt Kilian Wawoe duidelijk maken dat het belangrijk voor je is.

En op de juiste manier zeuren levert je wat op.

Bij kinderen kan dat het felbegeerde koekje, snoepje of filmpje kijken zijn. Of het krijgen van meer zakgeld.

En bij volwassenen bijvoorbeeld salarisverhoging.

 

Kennelijk kunnen niet alleen mannen beter zeuren dan vrouwen.

Ook jonge jongens kunnen beter zeuren dan kleine meisjes.

Je gelooft het of niet, maar uit onderzoek onder kinderen van een jaar of 13, blijkt dat jongens meer zakgeld krijgen dan meisjes.

De verklaring van de onderzoekers daarvoor is dat jongens meer om zakgeld vragen dan meisjes. En dat een kind dat meer zeurt, meer krijgt.

 

Op de juiste manier zeuren levert je wat op. Bij volwassenen bijvoorbeeld salarisverhoging.

 

Heb je zelf kinderen, dan is het interessant om eens na te gaan of je dat herkent bij jouw kinderen.

En zeker zo interessant is het om bij jezelf eens te rade te gaan, hoe je ermee omgaat als een van je kinderen zeurt om iets.

Mogelijk wordt jouw gedrag ook beïnvloed door hoe er gezeurd wordt. Heel subtiel en tactisch of eerder storend en vervelend.

 

Of het nu komt doordat mannen meer zeuren over salarisverhoging of doordat ze slimmer onderhandelen over hun salaris, afgelopen twee jaar kregen mannen er als groep gemiddeld 16,4 procent bij. Vrouwen moesten het doen met 9,1 procent.

Dat blijkt uit het Nationaal Salaris Onderzoek (NSO) dat tweejaarlijks wordt uitgevoerd.

De salariskloof tussen mannen en vrouwen bedraagt in dit NSO 7,6 procent. Daarmee is de kloof gegroeid ten opzichte van 2021. Toen was het verschil nog 5 procent.

 

Nu werken vrouwen vaak in beroepen die minder betaald worden. En ook vaker in deeltijd.

Maar dan nog is er een salariskloof tussen mannen en vrouwen.

Overigens blijkt ook dat mensen afkomstig uit etnisch-culturele minderheden minder verdienen dan mainstream autochtone Nederlanders.

En dat je 5 tot 15% minder verdient als je een regionaal accent hebt.

Daarbij groeit het inkomensverschil, naarmate het dialect meer afwijkt van het standaard Nederlands.

 

Het toekennen van salaris is geen eerlijk proces.

Zo blijkt bijvoorbeeld dat vrouwen, die knapper zijn dan gemiddeld meer verdienen.

En dat lang zijn, accentloos Nederlands spreken en een gewicht van zo’n 90 kilo het optimum voor een man is.

Ik vind het bijzondere bevindingen.

Maar ik ga ervan uit dat Kilian Wawoe als beloningsexpert het niet uit zijn duim gezogen heeft.

 

Kilian Wawoe was senior HR-manager bij ABN-AMRO. Sinds 2011 is hij Assistent Professor in Human Resources Management aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en werkt daarnaast als zelfstandig organisatieadviseur.

Hij ziet grote salarisverschillen in de diverse branches. Daarbij constateert hij een onderscheid tussen organisaties die geld verdienen en die dat niet doen.

De bankensector is volgens hem een sector waarin goed geld wordt verdiend. En de salarissen over het algemeen ook hoger zijn dan in andere sectoren.

Dat is ook de ervaring van mijn coachklanten uit die sector.

Met regelmaat is het schrikken voor hen als ze geconfronteerd worden met de salarissen buiten de bank.

Vaak zullen ze dan ook bij een overstap naar een functie buiten de bank, qua salaris een veer moeten laten.

 

Als je van jezelf vindt dat je goed werk doet en als je salarisverhoging wilt, onderhandel dan over je salaris”, zegt Kilian.

Wil je dat niet heel direct doen, doe het dan subtiel.

Laat je manager horen wat je successen zijn. Of misschien nog mooier, zorg dat jouw collega’s in positieve zin over je praten.

Ga de onderhandeling over je salaris in, op een goed moment.

Bijvoorbeeld net na een goede beoordeling of als je een project goed hebt afgerond.

In elk geval “Vraag erom”.

 

En krijg je op jouw vraag een negatief antwoord, stel dan de volgende vraag:

Wat moet ik dan wel doen om een salarisverhoging te krijgen?

Met die vraag leg je jouw probleem bij jouw manager.

Blijf bij jouw standpunt en realiseer je “Iemand heeft altijd nog iets in zijn achterzak zitten”.

 

 

 

Ben je niet tevreden met je salaris? 

Zodanig dat je salaris je demotiveert in je werk omdat jouw bijdrage niet op waarde wordt geschat?

Wil je je bakens graag verzetten en een andere loopbaanrichting inslaan?

Neem contact met me op.

Graag begeleid ik jou naar meer waarde werk.

 

 

 

 

Maar laat je loopbaankeuzes niet zondermeer bepalen door die dobbelsteen

 

The Dice Man is een cultuurklassieker die je leven kan veranderen.

Laat de dobbelsteen beslissen! Dat is de filosofie die het leven verandert van de verveelde psychiater Luke Rhinehart.

En die ook jouw leven kan veranderen, want als je je beslissingen laat afhangen van een dobbelsteen, dan kan er van alles gebeuren.

 

Verruim je denken met een dobbelsteen

 

Michiel Waaijer wilde dat wel eens uitproberen en zien wat er gebeurt als je je gedrag laat bepalen door een dobbelsteen.

Hij schreef erover in NRC van 23 oktober 2006.

Zes mogelijke scenario’s bedacht hij voor zijn sollicitatiegesprek, afhankelijk van het aantal ogen dat hij met de dobbelsteen zou gooien:

  1. Leg steeds de nadruk op het gesprek zelf.
  2. Wees trots op je mislukkingen in plaats van op je successen. Geef aan dat je graag fouten wil maken in deze functie.
  3. Wees alleen geïnteresseerd in de persoon waarmee je het gesprek voert.
  4. Raadpleeg kans bij elk antwoord dat je geeft.
  5. Stel alleen vragen die niets met het gesprek te maken hebben.
  6. Doe volslagen lyrisch over de baan.

 

Hij was uitgenodigd voor een gesprek bij Newpeople in Amsterdam.

Omdat hij drie ogen had gegooid met de dobbelsteen houdt hij zich keurig aan het scenario ‘houd-je-niet-bezig-met-de-functie-maar-leer-je-recruiter-kennen’.

Michiel arriveert op het gesprek in joggingpak. Dat is al goed mis.

Want zoals je weet: de eerste indruk telt.

Op de vraag wat hij wil drinken antwoordt hij: ‘vloeistof’. En hij krijgt de poppen helemaal aan het dansen als hij de humanresourcemanager met wie hij het sollicitatiegesprek voert, probeert te omhelzen.

Hij vraagt aan haar hoe lang ze al bij het bedrijf werkt, hoe oud ze is, waar ze vandaan komt, of ze haar werk leuk vindt en of hij, stel dat hij aangenomen wordt, met haar komt samen te werken.

Hij vraagt hoeveel ze verdient en of dat ook zijn salaris wordt. En hij vraagt hoopvol of ze later nog eens wat samen kunnen gaan drinken.

 

Helaas wordt hij op basis van het gesprek niet aangenomen.

Michiel kan haar geen ongelijk geven. Volgens de conventies bij het krijgen van een baan heeft hij immers gefaald.

 

Overigens laat Michiel het niet bij dat ene experiment. Voor hem als Dice Man zijn maatschappelijke regels ondergeschikt aan nieuwe ervaringen.

En is bijvoorbeeld een sollicitatiegesprek net als poker: het kan op talloze manieren worden gespeeld.

 

Ik wil zeker niet propageren en stimuleren dat je net als Michiel Waaijer het experiment aan zou moeten gaan met betrekking tot baanverwerving. En je gedrag en loopbaankeuzes zou moeten laten bepalen door een dobbelsteen te laten rollen.

Maar het denken in mogelijke scenario’s zoals bij de Dice Man, anders dan de meest voor de hand liggende, is een goede manier om je creatieve denken te ontwikkelen en je blik te verruimen.

Dat geldt niet alleen met betrekking tot mogelijkheden qua werk, maar ook als hulpmiddel om te komen tot een keuze.

 

Want kiezen voor een opleiding, baan of loopbaan vinden veel mensen moeilijk. Ze willen vooral een goede keuze maken en zijn dan geneigd om te denken dat weloverwogen kiezen nodig is.

Maar het kan heel goed zijn dat je rationeel goed gekozen hebt, maar dat je keuze toch niet goed voelt, dat je keuze niet op zijn plek valt en misschien helemaal mis is.

Kies je namelijk louter rationeel, dan maak je geen verbinding met je gevoel. Aan de andere kant: vertrouw je blindelings op je intuïtie, dan loop je het risico in een diep gat te stappen.

Voor je welbevinden is het belangrijk dat een keuze niet alleen een verstandige, rationele keuze is, maar dat die keuze ook goed voelt.

 

Het helpt daarbij om de blik op je mogelijkheden te verruimen. En overeenkomstig de werkwijze van de Dice Man zes opties voor jezelf te formuleren. In plaats van die ene optie of die twee opties die je misschien voor jezelf hebt geformuleerd.

Zo zijn er in mijn optiek zeker alternatieve scenario’s te bedenken in plaats van bijvoorbeeld je werkgever te laten horen dat je een andere rol wilt in de organisatie en dat ontslag nemen voor jou ook een optie zou kunnen zijn.

Volgens mij loop je dan te hard van stapel. Maak even pas op de plaats en laat je gedachten gaan over vier alternatieve scenario’s die je kunt bedenken.

Wat dat betreft is het mooi om uit te gaan van de zes kanten van een dobbelsteen.

 

Waar je bij alternatieve scenario’s zoal aan kunt denken lees je in mijn boek ‘WAT WIL IK NU ECHT?

Laat je inspireren en voorkom dat je door een beperkte blik op je mogelijkheden overhaast besluiten neemt.

 

 

 

 

Talent moet je ontwikkelen en onderhouden

 

Als je me al langer volgt, dan weet je misschien dat keramieken een van mijn hobby’s is. Lekker met mijn handen in de klei, al dan niet op de draaischijf.

Om allerlei redenen heb ik dat inmiddels alweer een hele tijd niet gedaan. Een van die redenen is dat mijn atelier tijdelijk een andere bestemming heeft. Waardoor ik daar niet aan het werk kan.

Dat begint steeds meer te kriebelen. Soms word ik er ook een beetje onrustig van.

Onze servieskast staat vol met kommen en schaaltjes die ik zelf heb gedraaid. Sommige echt al heel lang geleden. Zo had ik onlangs een van die schaaltjes in mijn handen. Als vanzelf liet ik het schaaltje door mijn handen gaan om de vorm af te tasten en te ervaren of die soepel loopt. Het betreffende schaaltje ‘liep’ wonderbaarlijk gaaf. En het is ook strak geglazuurd.

 

talent ontwikkelen

 

Het moment suprême bracht me enigszins in verwarring. Enerzijds was ik trots. Anderzijds werd ik er onzeker van. ‘Ik weet niet of ik dat nog wel kan’, zei ik tegen Martin. ‘Ik heb het al zo lang niet meer gedaan.’

Het voorval deed me terugdenken aan de tijd dat ik regelmatig achter de draaischijf zat. In zomervakanties was ik soms een paar weken achter elkaar van huis, op cursus bij gerenommeerde keramisten.

En dan was ik niet alleen bezig met mooie kommen en schalen draaien, maar ook met experimenteren met glazuren en stoken. Dat laatste niet alleen elektrisch of in een gasoven (al dan niet zoutstook), maar ook raku, pitfire, of in een houtoven. Voor het stoken van de houtoven draaiden we in shifts, waaronder ook de nachtelijk uren. Want je moest het vuur wel gaande houden door hout te voeren.

 

Ik heb heel veel zin om de draad weer op te pakken. Ook al weet ik nog niet hoe me dat afgaat.

Ik ben overigens niet de enige die zin heeft om weer te gaan ‘keramieken’. Een van onze kleinzonen schreef op de kaart voor mijn verjaardag: ‘Ik kan niet wachten om een keer iets met jou te keramieken!’

Voor mij is dat een extra stimulans om zodra het atelier weer vrij is, in mijn eentje op te starten. Me te heroriënteren op hoe het allemaal ook alweer moest en het vormgeven weer enigszins in de vingers te krijgen.

Want ik kan in het verleden dan wel veel mooie dingen hebben gemaakt, talent moet je onderhouden en liever nog, door ontwikkelen. Want stilstand is achteruitgang.

 

Dat geldt ook voor werk.

In onze samenleving, waar verandering constant is, is het cruciaal om je talenten te onderhouden en je te blijven ontwikkelen.

Het is aan jou om actief vorm te geven aan jouw persoonlijke en professionele groei. Dat betekent stappen zetten om iets voor elkaar te krijgen. Ontdekken wat je graag wilt, wat je belangrijk vindt. Met kleine aanpassingen je werk veranderen, verbeteren; jobcraften.

Zodat je werk doet dat je belangrijk vindt, waar je je talent kan ontwikkelen, waarmee je succes hebt.

 

 

Ben je onzeker over welke stappen je kunt zetten? Of wil je ontdekken hoe je jouw persoonlijke kwaliteiten optimaal inzet in je werk?

Wil je meer inzicht in jezelf, stilstaan bij je sterke punten, je drijfveren en weten welk werk het beste bij je past?

Bel me (06-54762865/ 0575-544588) of e-mail ([email protected]) me gerust voor het maken van een afspraak voor een oriënterend gesprek.

 

 

 

 

Onlangs las ik het boek ‘Het verborgen leiderschap van oudste dochters’, van Aike Borghuis.

‘Veel oudste dochters zien zichzelf niet als leiders, maar ze zijn het wel’ zegt Aike Borghuis.

Ik ben zo’n oudste dochter. Uit een gezin van zeven kinderen, vijf jongens en twee meisjes. Twee broers heb ik boven mij.

Ik zie mezelf niet echt als een leider, maar kennelijk word ik door mijn omgeving soms wel zo ervaren. Ik herinner me dat ik jaren geleden, toen onze vier kinderen nog thuis woonden, door mijn partner weleens moeder-overste werd genoemd. Dat zag ik toen echt niet als een compliment. Ook al was een van mijn lievelingstantes moeder-overste van de Medische Missiezusters.

 

Mijn plek in het gezin waarin ik ben opgegroeid heeft mij gevormd. Al op jonge leeftijd, ik denk dat ik een jaar of tien of elf was, hielp ik als vanzelfsprekend mijn moeder in het huishouden. Voor schoonmaakwerk was er huishoudelijke hulp. Maar bijvoorbeeld elke maandagavond, zorgde ik voor de warme maaltijd, terwijl mijn moeder de was streek. Want maandag was ‘wasdag’. Ik zie het nog voor me. Mijn moeder achter de strijkplank en ik achter het fornuis. Meestal bereidde ik nasi of een of ander gerecht met pasta. En dan voor negen personen. Lekker grote hoeveelheden in grote pannen. Ik genoot van de vrijheid en verantwoordelijkheid die ik kreeg, want ik mocht zelf bedenken wat ik ging koken en hoe ik dat ging doen.

Ik denk dat daar ook mede de wortels lagen van wat jarenlang mijn droomwens was: een jaar een berghut runnen met alles wat daarbij komt kijken. Geïnspireerd door eigen ervaring met het maken van huttentochten.

 

 Leiderschap in mijn werk als loopbaancoach

 

Bergwandelaars en klimmers een gastvrij onthaal bieden, een lekkere en voedzame maaltijd voor ze bereiden en een jaar rond, alle seizoenen in de bergen meemaken. Dat leek me geweldig. Alhoewel ik me achteraf realiseer dat ik misschien een al te romantisch beeld daarvan had. En weinig oog voor de onaantrekkelijke aspecten van het zijn van hüttenwirt.

 

Maar je kunt het geloven of niet, ik geniet nog steeds van het gastvrij onthalen en zorgen voor grote gezelschappen, het bereiden van gerechten in grote potten, pannen en schalen en ja, het regisseren van alles wat er komt kijken bij een grote familiehappening of anderszins een feestpartij.

Het zijn voor mij voorbeelden van activiteiten waarbij ik kwaliteiten inzet als de verantwoordelijkheid nemen, zorgzaam zijn voor mensen om me heen, gericht zijn op mijn omgeving, het versterken van het geheel en van betekenis willen zijn met wat ik doe. Het zijn kwaliteiten, die Aike Borghuis ziet als kwaliteiten van oudste dochters en als verborgen leiderschap.

Wat dat laatste betreft was het misschien toch niet zo vreemd, dat mijn leidinggevende bij de Academie Mens en Arbeid indertijd geïnteresseerd aan mij vroeg of ik gesolliciteerd had naar de functie van opleidingsmanager van de PABO. Ik was verrast door zijn vraag. Want geen haar op mijn hoofd had erover gedacht om naar die functie te solliciteren. Mijn reactie was dan ook: “Laat mij maar lekker met de studenten werken.”

Want ik kan als oudste dochter misschien wel kwaliteiten ontwikkeld hebben die je van een leider kunt verwachten, of ik blij word en energie krijg van het inzetten van die kwaliteiten in een functie als bijvoorbeeld opleidingsmanager, is voor mij nog maar de vraag.

 

Maar misschien ga ik dan uit van wat Aike Borghuis noemt een ‘oud’ beeld van leiderschap.

Voor haar was de definitie van Brené Brown over leiderschap een eyeopener:

Een leider is iemand die de verantwoordelijkheid neemt voor het herkennen van het potentieel in mensen en ideeën, en de moed heeft om dat potentieel te ontwikkelen’.

En ja, dat is wat ik doe, zowel privé als in mijn werk als loopbaancoach.

In die zin ben ik dus een leider. En wil ik dat ook graag zijn.

 

 

Ervaar je op dit moment weinig plezier en voldoening in je werk?

Wil je jouw persoonlijk leiderschap ontdekken en ontwikkelen? En zelf de regie pakken over jouw loopbaan?

Meld je aan voor de 3-daagse training ‘Bouw je ideale loopbaan’. Tot vrijdag 28 juli profiteer je van de bonussen voor de vroegboekers.

Wil je eerst je vragen aan me voorleggen? Bel (06-54762865) of e-mail ([email protected]) me gerust.