Tag Archief van: zelfvertrouwen

Waarom hoogopgeleid zijn lang niet altijd wil zeggen dat je gelukkig wordt van daarop aansluitende functies

 

‘Je moet niet onder je niveau gaan werken’; dat wordt vaak gedacht of gezegd.  

Over het algemeen denkt men dan aan opleidingsniveau. Alsof dat alles zegt over wat jij op de arbeidsmarkt te bieden hebt.  

Ben je hbo- of wo-opgeleid, dan verwacht men dat je ook op dat niveau gaat werken. Terwijl je dat misschien helemaal niet wilt. Bijvoorbeeld omdat je van jezelf vindt dat je meer een doener bent dan een denker. Dat je liever met je handen werkt dan met je hoofd. Of dat je de kans wilt grijpen om je hart te volgen en bijvoorbeeld culinair te excelleren.  

Er zijn hoogopgeleiden die de sprong wagen, hun carrière omgooien en iets heel anders gaan doen dan waarvoor ze zijn opgeleid. Ook al is het werk dat met name door hun omgeving gezien wordt als ‘onder hun niveau’.  

Kim van der Meulen geeft daar in haar artikel in het FD sprekende voorbeelden van. En Sanne Wolters in haar artikel over loopbaanswitchers, voor DPG Media.    

  

De voorbeelden laten zien dat hoogopgeleid zijn, lang niet altijd betekent dat je gelukkig wordt van daarop aansluitende functies. 

Want of werk goed bij je past en of je gelukkig wordt van het werk dat je doet, wordt door veel meer factoren bepaald dan of je werk aansluit bij je intellectuele capaciteiten en het vakgebied waarvoor je bent opgeleid.  

 

Als hoogopgeleide niet altijd gelukkig van daarop aansluitende functies

 

Je kunt wel goed zijn in iets, maar of je het ook leuk vindt om ermee bezig te zijn, dat is nog maar de vraag 

 

Ben je goed in iets, bijvoorbeeld werken met cijfers, maar vind je het niet leuk om in je werk hele dagen met Excel bezig te zijn, dan kost je werk je meer energie dan het je oplevert.  

Aan de andere kant, vind je iets wel leuk om te doen maar ben je er niet goed in, dan kost dat ook energie.  

In mijn loopbaantrajecten komen we dan ook tot een gewogen rangordening van jouw kwaliteiten, een top vijf. Dat zijn de kwaliteiten die je in vergelijking met je andere kwaliteiten het liefste inzet in je werk en waarin je, ook weer in vergelijking met je andere kwaliteiten, het beste bent.  

Als je die top vijf in kunt zetten in je werk, dan geeft je dat energie. In plaats van dat je werk je vooral energie kost.  

Zo zei iemand laatst tegen mij: ‘Als ik dit werk blijf doen, dan heb ik zo een burn-out’. Hij werkt als senior beleidsmedewerker bij een gemeente, maar ziet zichzelf meer als een doener dan een denker.  

En zo maakte een oud-coachklant na zijn studie bedrijfseconomie de overstap van business consultant naar ambachtelijk bakker in een eigen duurzaam bakkerijconcept.  

 

 

Wil je happy zijn met je werk, dan moet het werk passen bij wat werk voor jou betekent en de bijdrage die jij wilt leveren  

 

Wat werk voor jou betekent.  

Doe je betaald werk, dan is je werk algauw een bron van inkomen om in je levensonderhoud te voorzien.  

Maar naast bron van inkomen heeft werk voor de meesten van ons meer betekenis dan alleen inkomen genereren. Bijvoorbeeld jezelf ontwikkelen, uitgedaagd worden, structuur in je dag, erbij horen, mensen ontmoeten, ertoe doen met je werk, voldoening krijgen van je werk door het leveren van een maatschappelijke bijdrage.  

Ook iets creëren, iets maken, met je handen bezig zijn, energie krijgen van je werk zijn voorbeelden van redenen waarom mensen werken.  

Meer over de betekenis van werk lees je in een van mijn vorige artikelen.  

Genoemde redenen kunnen overigens ook drijfveer zijn om vrijwilligerswerk te doen, mocht werk voor jou niet direct middel zijn om inkomen te genereren.   

 

De bijdrage die jij wilt leveren met je werk.  

Waar loop jij warm voor? Wat is voor jou zodanig belangrijk dat jij daaraan een bijdrage wilt leveren?  

Ik noem dat jouw missie met betrekking tot werk; jouw werkmissie.    

Bijvoorbeeld een bijdrage leveren aan een inclusieve samenleving waarin iedereen van belang is en toegang heeft tot kennis en wat het leven mooi maakt; van kunst tot cultuur, van muziek tot natuur.  

Met zijn doctoraalstudie maatschappijgeschiedenis, afstudeerrichting Media en Cultuur heeft een van mijn klanten jarenlang gewerkt als researcher, producer, redacteur videoproducties. Met name omwille van de balans tussen werk en privé werkt hij nu parttime als medewerker organisatie en planning bij een culturele instelling.  

 

 

Wil je gelukkig zijn met je werk, dan moet de werkomgeving bij je passen 

 

Werk dat aansluit bij je missie en bij jouw kwaliteiten maakt niet altijd gelukkig.  

Ook de werkomgeving moet bij je passen.    

Zo vertelde een van mijn coachklanten over zijn ervaring met zijn droombaan in beleggingen in vastgoed. Die gelegenheid deed zich voor bij een pensioenfonds. Het was een baan voor wo-opgeleiden, terwijl hijzelf hbo is opgeleid.  

Ondanks dat, was zijn sollicitatie succesvol. Een assessment wees uit dat hij qua intellectuele capaciteiten kon concurreren met wo-opgeleiden.  

Toch heeft hij daar niet lang gewerkt. De werkomgeving, gedomineerd door wo-opgeleiden, paste niet bij hem waardoor hij zich daar niet thuis voelde.  

Overigens kan je ook het tegenovergestelde overkomen. Dat je je niet op je plek voelt in een omgeving die niet bij je past omdat je bijvoorbeeld graag met collega’s informatie uitwisselt over je vakgebied en je ervaring. Terwijl in jouw optiek de inhoud van de gesprekken met je collega’s meer het karakter heeft van een theekransje.  

Het is dan ook goed om voor jezelf heel helder te hebben wat je qua omgeving nodig hebt in je werk, zodat je keuzes daaraan af kunt meten.  

 

 

Kortom 

 

Neem zelf de verantwoordelijkheid voor je loopbaan. Stel je niet afhankelijk op van wat jouw omgeving vindt van jouw loopbaankeuzes. Ook al kies je voor werk onder het niveau en in een totaal ander vakgebied dan waarvoor je bent opgeleid.  

En word je geconfronteerd met onbegrip, maak bespreekbaar wat jou deze stap heeft doen zetten. Leg uit wat jou bewogen heeft. Dat levert je begrip op en vaak zelfs waardering voor jouw keuze.  

 

 

Ben je niet gelukkig met je werk. En weet je niet wat je zou willen?  

Lees mijn boek Wat wil ik nu echt?’.

 

En wil je met mij sparren over jouw loopbaanvraag?  

Bel (0575-544588/ 06-54762865) of e-mail ([email protected]) me gerust. Graag maak ik tijd voor je vrij om jouw vragen te beantwoorden. 

 

 

 

Wat je ervan weerhoudt om ergens vol voor te gaan

 

Ja-maar’, je hoort het vaak. In mijn vorige artikel gaf ik dat al aan. Misschien heb je je na het lezen van mijn artikel gerealiseerd, dat jij het ook met regelmaat zegt.

En dat terwijl ja-maar over het algemeen verlammend werkt. Althans, zeker als je op verkenning bent naar nieuwe mogelijkheden met betrekking tot werk.

Is het dan niet vreemd dat ja-maar zo gemakkelijk over je lippen komt?

Als je naar het effect van ja-maar kijkt is dat inderdaad zo. Als je begrijpt waar het vandaan komt, is het anders.

Kennelijk komt ja-maar vooral voort uit angst en de menselijke behoefte om zaken onder controle te houden.

Maar waar zijn wij over het algemeen dan zo bang voor?

 

Ja-maar, wat houdt je tegen©  foto: Martin Langbroek

 

Angst voor verandering, een belangrijke bron van ‘ja-maar’

 

Verandering brengt vaak onzekerheid met zich mee en is daardoor voor veel mensen een bron van angst.

Misschien herken je dat. We zeggen niet voor niets ‘Je weet wat je hebt, maar je weet niet wat je krijgt’. Je weet namelijk nooit met zekerheid hoe de toekomst eruit zal zien.

Ik zie dat geregeld bij mensen met betrekking tot hun werk. Ook al zijn ze niet happy met het werk dat ze doen, toch blijven ze vaak het liefst op hun vertrouwde plek. Temeer omdat bij een grote verandering de consequenties moeilijk zijn te overzien.

Zo herinner ik me een deelnemer aan een van de driedaagse trainingen. Als tekenaar werkte hij voor een grote standbouwer. Hij had zijn werkgever te kennen gegeven dat hij een nieuwe uitdaging aan wilde gaan als werkvoorbereider. Men gaf hem de kans en men wilde wel eens zien hoe hem dat verging.

Helaas voor hem, werd er na twee jaar een flinke streep door gezet. Hij werd weer tekenaar.

Dat bevredigde hem niet. Hij wilde een stap zetten in zijn carrière, hetzij bij zijn eigen werkgever, dan wel daarbuiten. Vandaar zijn deelname aan de training.

Tijdens de training werd heel duidelijk dat hij in zijn huidige werk absoluut onvoldoende tot zijn recht kwam. Toch was hij geneigd om zijn onvrede te relativeren. ‘Ja-maar het is een mooi bedrijf waarvoor ik werk. Het is een bedrijf dat over de hele wereld uitdagende projecten neerzet’.

Door zijn ja-maar’s is hij blijven zitten waar hij zat. Hij heeft ook geen werk gemaakt van ander werk. Inmiddels is hij ruim een jaar verder.

Ook al geeft zijn omgeving aan, dat het allesbehalve goed met hem gaat, kennelijk is voor hem de ‘pijn’ nog niet groot genoeg om daadwerkelijk stappen te zetten. En de onzekerheid tegemoet te gaan.

Bij outplacement is dat anders. Je hebt geen keuze, maar wordt gedwongen tot verandering.

Dat roept dan ook vaak angst op bij mensen. Dat is begrijpelijk. Je wordt gedwongen om het vertrouwde achter je te laten en werk te maken van iets nieuws.

Toch is outplacement, achteraf bekeken, voor mensen vaak een mooie kans om nieuwe wegen in te slaan. Uit zichzelf zouden ze het niet hebben gedaan.

 

 

Angst om buitengesloten te worden is ook een bron van ‘ja-maar’

 

Wij mensen zijn sociale wezens. Over het algemeen zijn we dan ook bang om buitengesloten te worden.

 

‘Ja-maar, ik heb gewoon geluk gehad’. Of ‘ja-maar, zo moeilijk was het niet’.

Je wilt vooral niet opvallen en zeker niet pronken met je succes. Terwijl je misschien wel heel hard hebt gewerkt om je doel te bereiken.

Dat blijkt vooral van toepassing te zijn voor vrouwen. Mannen stralen kennelijk eerder trots uit dan vrouwen.

Ik ben nou eenmaal heel goed.’ Typisch het antwoord van een man als hem gevraagd wordt waarom hij toch zoveel succes heeft. Een vrouw zegt meestal wat anders: ‘Dat ze geholpen is, dat ze geluk heeft gehad of dat ze hard heeft gewerkt’. Dat is althans de ervaring van Sheryl Sandberg, Chief Operation Officer bij Meta. Zij schreef het boek Vrouwen, werk en de weg naar succes.

Ik zie die valse bescheidenheid ook met regelmaat bij mijn coachklanten. Dat is jammer, want de bescheidenheid is dan niet terecht. Door trots te zijn op wat je neerzet plaats je jezelf niet apart.

 

‘Ja’ zeggen, maar ‘nee’ doen.

Jij kent ze vast ook, de ‘ja-maar zeggers’, bijvoorbeeld in vergaderingen. Eigenlijk gaan ze voor ‘nee’, maar ze zeggen ‘ja-maar’.

Vaak valt hun ja-maar niet direct op. Zij weten dit slim te verhullen door kritische vragen te stellen, te discussiëren en draagvlak te zoeken. Zodat ze niet buitengesloten worden.

 

 

Angst om iets niet goed te doen, eveneens een bron van ‘ja-maar’

 

Wist je dat we vooral bang kunnen zijn om een verkeerde beslissing te nemen?

En dat we de angst voor het onbekende proberen te reduceren door zoveel mogelijk onder controle te houden? Dat helpt niet om loopbaanbeslissingen te nemen en een stap vooruit te zetten.

Zo kan het gebeuren dat je geneigd bent om maar te blijven onderzoeken wat jouw mogelijkheden zijn op de arbeidsmarkt, uit vrees dat je mogelijkheden over het hoofd ziet en dus geen goede keuze maakt.

 

 

‘Ja-maar’ gedrag en ouder worden

 

Wist je dat voor de meesten van ons geldt, dat hoe ouder je wordt, hoe meer ja-maar gedrag je zult vertonen?

Hoe meer we geleerd hebben, hoe voorzichtiger we kennelijk te werk gaan.

Ik zie dat ook om me heen. Zo hechten vooral ouderen aan een vast contract. En leren ze jongeren dat een vast contract belangrijk is. Alhoewel je met een contract voor onbepaalde tijd nog geen permanente zekerheid hebt.

Werken op projectbasis of met een tijdelijk contract is voor jongeren over het algemeen veel vertrouwder dan voor de oude rotten. Wellicht voelen zij zich minder afhankelijk van een werkgever.  Bovendien hebben zij hun loopbaanvaardigheden over het algemeen beter ontwikkeld.

 

 

Hoe kun je nu zorgen dat je minder tijd kwijt raakt aan angst, paniek en gezeur, zoals Berthold Gunster dat noemt?

Daarover meer in mijn volgend artikel.

 

Ja- maar, weet je niet goed wat jij op de arbeidsmarkt te bieden hebt of welk werk bij jou past?

Bel (0575-544588 / 06-54762865) of e-mail ([email protected]) me voor een afspraak voor een oriënterend gesprek

 

 

 

 

Hoe ‘ja-maar’ je flink in de weg kan zitten

 

  • “Ja-maar, ik ga niet veranderen van baan. Ik weet wat ik heb en ik moet maar afwachten wat ik krijg”;
  • “Ja-maar, er zijn toch nauwelijks banen voor mij”;
  • “Ja-maar, op iemand van mijn leeftijd zit niemand te wachten”.

 

Ja-maar, hoe vaak hoor je het niet zeggen? Misschien betrap je jezelf er ook wel op, dat je het gemakkelijk zegt.

Vaak ben je je niet bewust van wat je ermee zegt. En zeker niet van wat ja-maar met jou, maar ook met jouw toehoorder doet.

Ja-maar bepaalt jouw manier van kijken en denken. En de invloed ervan is lang niet altijd positief.

Want met ja-maar ontkracht je jezelf en verklein je je kansen op succes.

 

Hoe ja-maar je ontkracht en je kans op succes verkleint©  foto: Martin Langbroek

 

Ja-maar beïnvloedt je waarnemen

 

Wist je dat je met een ja-maar houding selectief waarneemt en vooral ziet wat er niet is?

Als voorbeeld geef ik je een alledaagse situatie die je misschien herkent.

Je bent op zoek naar een parkeerplaats en je hebt het al gauw gezien: “Ja, maar er is geen plek meer om te parkeren. De parkeerplaats is al helemaal vol”.

Voordat je echt goed gekeken hebt, ben je eigenlijk alweer weg en je hebt die mooie lege plekken verderop niet gezien.

Had je met een ja-en blik gekeken, dan had je vast nog een plekje weten te vinden: “Ja-en, het is druk. Dat zie ik ook. Maar er is vast nog ergens plek. En is er nu niets vrij, grote kans dat er zo iemand weggaat”.

En waarschijnlijk vind je inderdaad een plek.

 

Op de arbeidsmarkt is het niet anders.

Als je kijkt met een ja-maar houding zie je lang niet alles wat er is. En daardoor mis je kansen.

 

 

Ja-maar en de metafoor van de ijsberg

 

Ken je de metafoor van de ijsberg, van de theorie van Bateson of McClelland?

Over die theorie zo dadelijk meer, maar de metafoor van de ijsberg kun je ook toepassen op de arbeidsmarkt.

Wist je dat 90% van een ijsberg onder water zit? En dat het met de banen op de arbeidsmarkt eigenlijk niet anders is?

Dat het percentage baanopeningen dat geen vacature wordt en dus onder water zit, geschat wordt op zeker 70%?

De zichtbare banen zijn als het topje van een ijsberg. Onder het topje dat je ziet, is nog een hele wereld aan werk te ontdekken.

Als je kijkt met een ja-maar houding, dan is de kans groot dat je die 70% niet ziet. Heb je daarentegen een ja-en houding, dan zul je je uitgedaagd voelen om juist die 70% boven water te krijgen.

Die 70% kun je boven water krijgen door goed je onderzoek te doen. En dat kun je leren met de Meer Waarde Benadering.

 

 

Ja-maar beïnvloedt je denken en je handelen

 

Ik noemde zojuist Bateson en McClelland.

Als je van hen hebt gehoord, dan weet je dat wat je ziet aan gedrag van mensen, het topje van de ijsberg is.

Wat je gedrag bepaalt zit voor het grootste deel onder water. Je kunt daarbij denken aan je overtuigingen, waarden, normen, motieven, drijfveren en jouw authentieke zelf.

In Ja-maar komt een stukje naar boven van wat er onder water zit. En wat heel bepalend is voor jouw gedrag.

 

Wist je dat iemand met een ja-maar houding veel meer beren ziet op zijn weg? En dat die houding ook eerder leidt tot afwachten en niet-handelen? Zelfs tot scepsis en cynisme?

Ik maak het geregeld mee in eerste contacten met potentiële klanten. Ik lees het ook geregeld in discussies in sommige groepen op LinkedIn. Met name groepen voor werkzoekenden.

Ik kan me goed voorstellen dat je, zeker na negatieve ervaringen, je situatie of je toekomst minder rooskleurig ziet. En eerder geneigd bent om te vervallen in een houding van ja-maar.

Maar, als ja-maar je denken gaat overheersen, dan zal dat je succes enorm belemmeren. En een mislukking ligt dan al gauw op de loer.

 

Ken je het mechanisme van de selffulfilling prophecy, de zichzelf waarmakende voorspelling?

Als jij denkt dat iets jou niet gaat lukken, dan heb je grote kans dat het inderdaad het geval is. Want waarom zou je er helemaal voor gaan, als je verwacht dat het toch niets wordt?

Helaas ben je je niet altijd bewust van dat proces. Het is dan goed dat een ander je daarop wijst.

 

 

De kracht van ja-en

 

Ja-maar  heeft een tegenpool. Dat is ja-en.

Kijk je vanuit de positie van ja-en, dan ben je gericht op kansen en mogelijkheden.

Wellicht ken je daar voorbeelden van. Of misschien ben je zelf iemand, die overal mogelijkheden en kansen ziet. En die grijpt en doelen realiseert.

Ook dat heeft deels te maken met selffulfilling prophecy. Als jij denkt dat iets voor jou mogelijk is, dan zul je er vol voor gaan. En daardoor vergroot je aanmerkelijk de kans dat je je doel daadwerkelijk realiseert.

Zo zet ja-en aan tot handelen en leidt eerder tot succes.

 

 

Ja-maar en ja-en zijn samen een waardevol span

 

Door mijn verhaal wordt ja-maar wat negatief afgeschilderd. Maar ze heeft duidelijk ook positieve kanten.

Bij het nemen van een beslissing kan ja-maar heel waardevol zijn. Ze zet je aan tot nadenken, evalueren en beoordelen. En kan je zo helpen om te komen tot een weloverwogen besluit.

 

Een ja-en houding is mooi als je mogelijkheden wilt verkennen. Maar kan ook negatief werken.  

Het is goed om kritisch te blijven als de omstandigheden erom vragen. Bijvoorbeeld als je een weloverwogen beslissing moet nemen.

Als je ja-en’nen uitmondt in met alle winden meewaaien, zit je ook niet op het goede spoor.

 

Het is mooi als je over beide posities kunt beschikken. En afhankelijk van de situatie kunt bepalen welke positie op een bepaald moment het meest passend is.

Samen zijn ja-maar en ja-en een waardevol span.

 

 

Heb je veel last van ja-maar? In een volgend artikel geef ik je tips hoe te komen van ja-maar naar ja-en.

Wil je je alvast inlezen? Lees Ja-maar, wat als alles lukt?

 

 

 

 

Heb je het gevoel dat ja-maar zich min of meer van jou meester heeft gemaakt? Bijvoorbeeld omdat het je nog niet gelukt is om te realiseren wat je voor ogen hebt?

Kun je daarbij wel wat hulp gebruiken?

Bel (0575-544588 / 06-54762865) of e-mail ([email protected]) me voor het maken van een afspraak voor een oriënterend gesprek.

 

 

 

 

 

Handreikingen om te komen van onbewust bekwaam tot bewust bekwaam

 

“Dat doe ik gewoon zo.”

“Zo ben ik gewoon.”

Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, dat je zo bent of de dingen doet zoals je ze doet.

Ik hoor het met regelmaat. Niet alleen van coachklanten.

Maar wist je dat je grootste kwaliteiten misschien wel liggen bij dingen die je vanzelf doet? Waar jij als vanzelf acteert? Of je als van nature gedraagt?

Kennelijk vind je wat je zelf doet en hoe je bent als persoon al gauw heel gewoon.

Misschien ben je er zo aan gewend, zo vertrouwd mee, dat je het zelf niet meer ziet als een kwaliteit?

Het is mijn ervaring als loopbaancoach dat mensen over het algemeen veel meer kwaliteiten hebben, dan ze zelf denken.

Ze zijn zich maar ten dele bewust van wat ze te bieden hebben. Je zou ze onbewust bekwaam kunnen noemen.

Daarmee doen ze zichzelf tekort.

In mijn artikel geef ik je handreikingen hoe je van onbewust bekwaam kunt komen tot bewust bekwaam.

 

Doe jezelf niet tekort door wie je bent en wat je kunt maar ‘gewoon’ te vinden

Van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam

 

Een van de vakken die ik als docent in het Hoger Onderwijs gaf, was methodische gespreksvoering, kortweg methodiek.

“Gesprekken voeren, dat kan ik al”, dacht menig student Personeel & Arbeid bij de start. Wat heb ik daarin nog te leren?

Daar kwam hij gaandeweg wel achter.

Gaande de lessencyclus kreeg hij in de gaten dat het methodisch voeren van gesprekken iets anders is dan wat je doet, als je in het dagelijks leven gesprekken voert.

Hij startte als onbewust onbekwaam. Maar werd zich er al snel van bewust dat er nog heel wat bij te spijkeren viel. Hij werd bewust onbekwaam.

Gaande de lessen werd dat bewust bekwaam. Het ging goed, maar nog niet helemaal vanzelf.

Voor dat laatste moet je ‘vlieguren’ kunnen maken. Pas dan hoef je er niet meer over na te denken en ben je onbewust bekwaam.

 

 

Met betrekking tot hun kwaliteiten zou je veel mensen onbewust bekwaam kunnen noemen.

 

Ze zijn zich niet bewust van de kwaliteiten die ze hebben. Of ze zijn zich er maar ten dele van bewust.

Sterker nog, ze zijn geneigd om hun positieve persoonskenmerken, karaktertrekken en wat ze kunnen maar gewoon te vinden. Terwijl ze dat over het algemeen niet zijn.

Het is dus de kunst om je bewust te worden van wat je te bieden hebt, van jouw kwaliteiten.

Zodat je van onbewust bekwaam kunt komen tot bewust bekwaam.

Pas dan kun je je overtuigd en overtuigend profileren met je kwaliteiten. En daarmee vergroot je je kansen op mooi werk.

 

 

Je succesverhalen; een belangrijk instrument om je kwaliteiten op het spoor te komen

 

In een eerder artikel schreef ik dat je succesverhalen de brug vormen naar jouw betekenisvolle toekomst.

Je succesverhalen zijn het instrument bij uitstek om je kwaliteiten op het spoor te komen. En om je bewust te worden van wat je te bieden hebt.

Het zelf identificeren en benoemen van eigen persoonlijke kwaliteiten is echter een hele kunst.

Zelf zie en onderken je ze niet zo snel. Juist omdat je het zelf zo ‘gewoon’ vindt zoals je bent en zoals je de dingen doet. Terwijl het niet zo ‘gewoon’ is.

 

 

Handreikingen om aan de hand van je succesverhalen te komen van onbewust bekwaam naar bewust bekwaam

 

Kwaliteiten van anderen zie je meestal makkelijker dan je eigen kwaliteiten.

Het leukste en het productiefste is dan ook om samen met anderen met succesverhalen aan het werk te gaan.

Ik geef je een paar tips voor de procedure:

  • Vraag enkele (1-3) vrienden of werk-vind-maatjes of ze zin hebben om samen met jou met succesverhalen te gaan werken.
  • Vraag, voordat je daadwerkelijk met elkaar aan het werk gaat, aan iedereen om één of twee succesverhalen te schrijven. Gebruik voor het schrijven van die verhalen mijn stappenplan.
  • Ga op een rustige plek bij elkaar zitten, zodat je geconcentreerd en lekker kunt werken.
  • Een iemand leest zijn verhaal voor. Stel dat jij begint. Lees je verhaal helemaal voor zonder onderbrekingen. Lees het dan eventueel nog een keer voor en laat je vrienden vragen stellen, als ze die hebben.
  • Als jij voorleest dan kunnen de anderen alvast beginnen met het opschrijven van de kwaliteiten die ze horen in je verhaal.
  • Na het voorlezen schrijf je ook zelf op welke kwaliteiten naar jouw idee blijken uit jouw verhaal.
  • Probeer de kwaliteiten specifiek te benoemen.
  • Als iedereen klaar is met schrijven, lees je als verhaalverteller voor welke kwaliteiten je zelf opgeschreven hebt.
  • Daarna vertellen de anderen welke kwaliteiten ze hebben opgeschreven naar aanleiding van jouw verhaal.
  • Het is handig om de verhalenverteller de opgeschreven kwaliteiten dan ook daadwerkelijk te geven.
  • Als je de kwaliteit die je toegeschreven wordt niet begrijpt, vraag dan om uitleg. Het mooie van het samenwerken met anderen is dat zij kwaliteiten zien die jij niet ziet. Een ander ziet als kwaliteit wat jij als gewoon, als vanzelfsprekend vindt.
  • Daarna is de volgende persoon aan de beurt en volgt de groep dezelfde procedure.

 

In één verhaalronde merk je al het positieve effect van het samen met anderen aan het werk gaan met succesverhalen.

Niet alleen zien anderen eerder jouw kwaliteiten. Ze zijn daarover ook positiever. En gegarandeerd, gaande de rit word je steeds meer bewust bekwaam.


En heb je geen maatjes om samen mee aan het werk te gaan?

Dan is het de kunst om te kijken naar je successen door de ogen van een ander.

In een vorig artikel gaf ik je daarvoor al een aantal tips.

 

 

Zo realiseer je je steeds beter wat jij te bieden hebt. En word je van onbewust bekwaam, bewust bekwaam.

Zoals een van de deelnemers aan de 3-daagse training aangaf: “Het is echt een lekker gevoel als je je eigen competenties helder in beeld hebt”.

 

 

 

Wil je weten wat de vervolgstappen zijn van het werken met succesverhalen? 

Lees het in mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?’ – Een loopbaanstrategie voor gedreven hbo’ers en academici die meer waarde willen realiseren in hun werk.

 

Kun je in het proces van het werken met succesverhalen wel wat hulp en begeleiding gebruiken?

Bel (0575-544588 / 06-54762865) of e-mail ([email protected]) met gerust voor het maken van een afspraak voor een oriënterend gesprek.

 

 

 

 

 

Tien tips die je helpen om de vaart erin te houden en te blijven vertrouwen op jezelf, ook al duurt het werk-vind-proces langer dan je dacht

 

Sta je aan het begin van je werk-vind-proces, dan ligt voor je gevoel een wereld aan mogelijkheden voor je open.

Dat is ook zo.

Helaas heb je soms een lange adem nodig om die mogelijkheden echt te pakken. Zeker als je traditioneel solliciteert.

De kans is dan heel groot dat je een aantal keren wordt afgewezen.

Dat is niet goed voor je zelfvertrouwen. Mogelijk wordt je gevoel van eigenwaarde flink onder druk gezet. Het is dan de kunst om positief en gemotiveerd te blijven en door te zetten.

Baanverwerving kost over het algemeen tijd. Je werk-vind-proces kan weken, zelfs maanden duren. Dat hangt ook af van het vakgebied en het werkveld waarin je iets zoekt. En van het niveau waarop je binnen wilt komen.

Het werk-vind-proces kost zoveel tijd als het kost. Helaas kun je niet met een toverstokje zwaaien en zo zorgen dat het ideale werk voor jou voor het grijpen ligt. Hoe graag je dat ook zou willen.

 

In mijn artikel geef ik je tien tips die je helpen om de vaart erin te houden en te blijven vertrouwen op jezelf, ook al duurt het werk-vind-proces langer dan je dacht.

 

Hoe je positief en gemotiveerd blijft in je werk-vind-proces

 

1.  Formuleer doelen voor je werk-vind-proces

 

Zie je werk-vind-proces als een project met SMART doelen.

Bepaal voor jezelf hoeveel uur per week je wilt focussen op je werk-vind-proces. En hoeveel uur per dag en welke dagen van de week.

Hoeveel uren wil je besteden aan specifieke taken als afgeleide van de doelen, die je voor jezelf hebt geformuleerd?

Je wilt bijvoorbeeld 10 uur per week besteden aan netwerken. En met vijf mensen contact hebben.

Op die manier helpen wekelijkse taken en doelen je om gefocust te blijven en de vaart erin te houden.

 

 

2.  Zie werk maken van werk als jouw fulltime baan

 

Werken aan werk is ook werken.

Voordat je begint aan je dag, fris je zelf op alsof je naar je werk gaat.

Zorg voor routine met betrekking tot werk maken van werk. Start bijvoorbeeld met je e-mail. Ga mensen bellen. Zoek dan naar passende vacatures. Besteed de middag, al dan niet met lunch, aan netwerken met anderen. En doe je onderzoek naar waar mensen zoals jij nodig zijn. En waar dus kansen liggen voor jou.

 

 

3.  Kijk nog eens kritisch naar je cv en je LinkedIn profiel

 

Heb je al een poos je cv niet geüpdatet of levert het niet het resultaat op dat je had gewenst, stel het dan bij. 

Hetzelfde geldt voor je LinkedIn profiel.

Als je dat doet, dan heb je sterkere tools in handen voor je werk-vind-proces. Een goed cv en een goed profiel op LinkedIn geven je bovendien meer zelfvertrouwen.

 

 

4.  Ga netwerken

Sluit je aan bij netwerkclubs voor werkzoekenden.

JobOn is een heel bekende.

Daarnaast zijn er ook netwerken voor baanzoekers in specifieke leeftijdscategorieën en regionaal georiënteerde netwerken.

 

Naast participeren in netwerkclubs voor baanzoekers, is netwerken in het algemeen dé manier om aan een mooie baan te komen.

Die manier is effectiever dan reageren op vacatures of je afhankelijk opstellen van recruiters.

Bovendien helpt netwerken je om gemotiveerd te blijven. Als jij het gesprek aangaat met mensen uit het werkveld waarin jij graag wilt werken, dan voelt dat al als komen in de richting van je doel. Vooral omdat je door te netwerken daar al contacten krijgt.

 

 

5.  Doe iets naast werk maken van werk

 

Zeker als je je werk-vind-proces als taai ervaart.

Ga er iets naast doen, zodat je je vaardigheden op peil houdt. Of juist nieuwe vaardigheden leert, die je helpen in de richting van je doel.

Ga vrijwilligerswerk doen. Neem een parttime baan of volg een opleiding of een cursus.

Het kan je een duwtje in de rug geven of inspireren om gemotiveerd te blijven. Bovendien kun je dat werk, of die activiteit op je cv zetten. Zo voorkom je dat je een gat krijgt in je cv.

En beloon jezelf door van tijd tot tijd iets leuks ter ontspanning te doen.

 

 

6.  Voorkom klagen, mopperen, je negatief uitlaten over je werk-vind-proces

 

Laat je bijvoorbeeld niet denigrerend uit over een vroegere werkgever of collega.

Of geef niet iemand anders de schuld van het feit dat jij nu zonder werk zit. Ook al ben je op een vervelende manier weggegaan bij je laatste werkgever.

Neem je verantwoordelijkheid voor je acties en interacties en laat je opbouwend uit in plaats van iets af te breken.

 

 

7.  Vat niet alles persoonlijk op

 

Realiseer je dat je bij traditioneel solliciteren een van de honderd of misschien nog meer sollicitanten kunt zijn.

Vat het dan ook niet persoonlijk op, als je niet uitgenodigd wordt voor een gesprek of de baan niet krijgt. Afgewezen worden wil dus niet zeggen dat er met jou iets mis is.

Misschien heb je pech en is er iemand met net iets betere kwalificaties dan jij. Of is er iemand met wie men een betere klick heeft dan met jou.

 

 

8.  Pas op met het maken van je eigen interpretaties

 

Denk niet dat je alles weet over wat er achter de schermen gebeurt.

Ga daarover niet speculeren. Maak ook niet je eigen interpretaties. Misschien heb je het helemaal mis en maak je je onterecht zorgen. Of koester je valse hoop.

Laat het los.

 

 

9.  Weet waar je mee bezig bent en stel indien nodig bij

 

Werk je gestaag aan het verwerven van een baan? Volg je je leads op tijd op? Netwerk je en ontmoet je mensen die een goede connectie voor je kunnen zijn?

Of is het nodig om je plannen bij te stellen?

 

 

10.  Zorg dat je iemand hebt die je op het goede spoor houdt

 

Nog mooier is het, als je iemand hebt aan wie je verantwoording moet afleggen.

Dat kan een werkvindmaatje zijn, maar ook een loopbaancoach.

Het moet in elk geval iemand zijn die jou ook gemotiveerd houdt. En die jou op moeilijke momenten net even dat steuntje in de rug geeft of dat duwtje, zodat jij weer door kunt pakken.

Dat geeft jou de kracht om positief en gemotiveerd te blijven in jouw werk-vind-proces. Zodat jij het werk kunt realiseren dat jij voor ogen hebt.

 

 

 

Kun jij wel wat ondersteuning bij de baanverwerving gebruiken?

Lees mijn aanbod ‘Succesvol je ideale baan realiseren en neem contact met me op.

 

 

 

 

15 Tips om op events te bouwen aan je netwerk en je netwerk te laten groeien

 

Ben je op zoek naar andere werk? Je kent vast ‘Jobon‘, voorheen ‘De Broekriem’ of netwerken als ‘Talentplus’ en het ‘In Between Café‘.

Maar wist je dat je ook events kunt inzetten om aan je netwerk te bouwen of je netwerk te laten groeien?

Bij die events of noem het evenementen, kun je bijvoorbeeld denken aan conferenties, congressen, symposia, workshops. Maar bijvoorbeeld ook aan beurzen, product- en dienstpresentaties.

Maak er gebruik van en laat jouw netwerk groeien.

Ik geef je 15 tips hoe je dat efficiënt en effectief kunt doen.

 

Hoe je op events effectief en efficiënt je netwerk laat groeien

 

Tips om voor jou waardevolle ‘events’ op het spoor te komen

 

En hoe je daarin een selectie maakt.

 

1. Bepaal wat jouw doel is en hoe dat matcht met het doel van het event.

Is jouw doel vooral om veel mensen te leren kennen en jezelf te verkopen? Jezelf als product of dienst in de markt te zetten?

Dan is dat iets anders dan wanneer je vooral gericht bent op het delen van interesses of kennis en het ontmoeten van gelijkgestemden.

Zo hebben events ook hun doel. Dat doel bepaalt in grote mate welke mensen er komen en wat voor soort gesprekken er gevoerd worden.

 

2. Gebruik Google om events op het spoor te komen.

Zoek gelegenheden waar mensen die mogelijk interessant voor je zijn, naartoe gaan.

Vergeet daarbij branche- en beroepsorganisaties niet. Dat zijn er legio.

 

3. Deel met anderen waar je naar op zoek bent.

Zo vertelde ik laatst een van mijn coachklanten hoe een andere coachklant door het doen van onderzoek nieuwe opties op het spoor was gekomen. In dit geval ging het om het werken als wijkverpleegkundige.

Spontaan stuurde mijn coachklant me na ons gesprek een e-mail over een congres Wijkverpleging 2020, de praktijk. Die informatie heb ik doorgespeeld en mijn andere coachklant heeft zich ingeschreven.

Mijn voorbeeld laat zien hoe belangrijk het is om te delen met anderen waarnaar je op zoek bent. Anderen gaan dan met jou meekijken en meeluisteren en tippen jou als iets interessants voor jou op hun pad komt.

 

 

Tips met betrekking tot de voorbereiding op deelname aan ‘events’

 

4. Als dat mogelijk is, bekijk van tevoren de deelnemerslijst.

Bepaal wie interessant voor je kan zijn. En zoek die personen ook op, op het event.

Doe je achtergrondonderzoek, bijvoorbeeld via LinkedIn. Dan zie je gelijk of je op de een of andere manier met hen geconnect bent.

En of je misschien een netwerkcontact hebt dat jou kan introduceren. Zeker als jouw netwerkcontact ook als deelnemer aan het event op de lijst staat.

Eventueel kun je zelfs aan een organisator vragen om introductie. Als de groep deelnemers tenminste niet te groot is en de organisator de persoon kent die jij graag wilt spreken.

 

5. Bereid aan de hand van vragen voor wat je aan de weet wilt komen.

Vertel daarbij gerust dat je bezig bent met het doen van onderzoek naar behoeften op de arbeidsmarkt waar jij met wat jij te bieden hebt een bijdrage aan wilt leveren.

Dat het onderzoek doen voortkomt uit een contract dat beëindigd is, vertel je mogelijk pas later. Breng je dat te vroeg te berde, dan loop je het risico dat je gesprekspartner beleefd het gesprek beëindigt.

 

6. Bereid je pitch goed voor.

Een pitch is een bondige presentatie waarmee je iemand warm probeert te maken voor wat jij aanbiedt.

Bijvoorbeeld als pitch voor een tekstschrijver:

Ik schrijf webteksten voor MKB’ers, zodat zij hun doelgroep beter aanspreken en daardoor meer aanvragen krijgen.

Of mijn eigen pitch als loopbaancoach/ outplacementconsultant:

Ik leer hoger opgeleiden hoe ze hun werk kunnen maken van wat ze het allerliefste doen, zodat ze voldoening en plezier ervaren in hun werk, in balans met wat naast werk belangrijk voor hen is.

 

7. Bepaal hoe je het tactisch het best aanpakt, als je meerdere personen wilt spreken op het event.

Zodat je de kans vergroot dat je de mensen die je wilt spreken ook gesproken hebt. Zeker als je afhankelijk bent van de pauzes tijdens het event.

 

8. Sta ook open voor toevallige ontmoetingen.

Wie weet welke voor jou interessante personen op jouw pad komen.

 

9. Zorg voor visitekaartjes of anderszins iets waarmee je jouw gegevens bij iemand achter kunt laten.

Of zorg dat je een klein opschrijfboekje bij je hebt, zodat je een naam kunt noteren, die je na het event op kunt zoeken op LinkedIn en kunt connecten met de persoon die je gesproken hebt.

 

 

Tips hoe het gesprek aan te gaan op het ‘event’ zelf

 

10. Het gesprek aangaan met voor jou onbekenden vraagt lef.

Zeker als je niemand hebt die jou kan introduceren en als mensen al met elkaar in gesprek zijn.

Vaak kun je non-verbaal aan de positie van een groepje mensen zien of er een opening is om aan te sluiten bij het gesprek of niet. Zo ja, voeg je erbij en vraag permissie om erbij te komen staan.

 

11. Straal belangstelling uit voor de ander en begin een gesprek niet met je eigen verhaal.

Begin eventueel met smalltalk, maar blijf daar niet in hangen.

Stel oprecht geïnteresseerde vragen. Alleen als je écht geïnteresseerde vragen stelt zijn mensen bereid om tijd aan je te besteden. En vraag door op wat je gesprekspartner vertelt, zodat je aan de weet komt wat je weten wilt.

Veel gesprekspartners zullen dan de vraag stellen “Van waar jouw interesse?” of “Wat doe jij?” Dan moet je jouw pitch gereed hebben.

Heb je een goede pitch, dan gaat een geïnteresseerde gesprekspartner jou ook vragen stellen.

 

12. Stel na jouw pitch weer vragen aan de ander.

Sluit niet af met jouw pitch. Als je het gesprek weer neerlegt bij de ander, dan is het ook gemakkelijk om te vragen of hij een visitekaartje voor je heeft en of je hem nog eens mag bellen of mailen.

Vraag dan gelijk of hij ook jouw visitekaartje wil hebben.

 

13. Kies een moment waarop je aan kunt haken, als je gesprekspartner niets vraagt aan jou.

Er dus eigenlijk geen gesprek op gang komt.

Bijvoorbeeld: “Oh, dat is interessant” of “Oh, dat is leuk” en vertel dan hoe dit aansluit bij jouw passie.

 

 

Tips voor de follow-up van gesprekken die je op ‘events’ hebt gevoerd

 

14. Houd bij met wie je gesproken hebt.

Verwerk dat bijvoorbeeld in een Excel sheet.

Registreer met wie je gesproken hebt, waar dat was en de inhoud van je gesprek. Noteer ook eventuele vervolgacties die je met betrekking tot je contact uit wilt zetten.

 

15. Zorg voor follow-up van je contacten.

Houd je contacten warm.

Laat van je horen na het event. Koppel naar je contact terug wat het gesprek voor jou heeft betekend en wat het je heeft opgeleverd.

Vraag uitdrukkelijk of je jouw contactpersoon nog eens mag benaderen als je nog vragen hebt of meer informatie wilt.

 

 

Tot slot

 

Succes bij de baanverwerving wordt voor een deel bepaald door de mate waarin je angst weet te overwinnen.

Die angst overwin je door te doen. Stap uit je comfortzone, durf op mensen af te stappen en durf eventueel je neus te stoten.

 

 

 

Heb je een helder beeld van het werk dat je wilt doen?

Lukt het je nog niet om dat werk te realiseren?

Bel (0575-544588/ 06-54762865) of e-mail ([email protected]) me gerust. Samen bespreken we dan wat jij nodig hebt om jouw ideale baan te realiseren.

 

 

 

 

Hoe je kunt voorkomen dat je in je valkuil stapt

 

In hoeverre herken je impostergevoelens bij jezelf?

Voel je je onzeker en denk je dat je anderen een onrealistisch beeld van jezelf voorspiegelt? Dat je je mooier, beter, succesvoller voordoet dan je bent?

Heb je er misschien zoveel last van, dat het je belemmert in je loopbaan?

Dan is het tijd om de koe bij de horens te pakken en voor jezelf een actieplan te maken, hoe je impostergevoelens te overwinnen.

In mijn vorige artikel heb je kunnen lezen dat beschermingsmechanismen tegen onzekerheid je niet gaan helpen. Integendeel, je wordt er alleen maar onzekerder van.

Wil je je onzekerheid aanpakken en je impostergevoelens overwinnen, dan is het belangrijk om je vertrouwen te ontwikkelen en heel kritisch te kijken naar je competenties en wat je daarmee hebt bereikt. En te leren hoe je het imposter syndroom de baas kunt worden.

In mijn artikel geef ik je daarvoor een aantal tips.

 

Tips hoe je je impostergevoelens kunt overwinnen

 

Hoe je je vertrouwen in eigen kunnen kunt vergroten

 

Vertrouwen in eigen kunnen is niet identiek aan zelfvertrouwen. Ook al worden de begrippen ten onrechte volop door elkaar gebruikt.

Zelfvertrouwen zegt meer in zijn algemeenheid iets over het vertrouwen in jezelf.

Vertrouwen in eigen kunnen, zelfeffectiviteit kun je zien als een specifiek zelfvertrouwen. Dat gaat over het kunnen maken van een adequate inschatting of je als individu de kwaliteiten hebt om een bepaald doel te bereiken.

In een van mijn vorige artikelen kun je dat nog eens nalezen.

Met name dat vertrouwen in eigen kunnen is bij mensen die last hebben van impostergevoelens niet groot. Zij zijn voortdurend bang dat ze door de mand vallen en ontmaskerd worden.

 

Wil je concrete tips om je kans op succes te vergroten door je vertrouwen te ontwikkelen? Klik dan hier.

 

 

Hoe je ingaat tegen innerlijke twijfel

 

Het imposter syndroom manifesteert zich met name als stemmetje in je hoofd. Dat zegt bijvoorbeeld “Je bent echt niet zo goed als je zelf denkt.” Of “Wanneer zullen ze het ontdekken?”

Heb je veel last van impostergevoelens, dan ben je er waarschijnlijk heel goed in om ‘jezelf de grond in te boren’. En kun je naar je eigen kritische oordeel maar weinig ‘goed’ doen.

Is je Innerlijke Criticus heel sterk aanwezig, dan kijkt en luistert hij voortdurend mee en geeft kritisch commentaar op alles wat je denkt, doet of had moeten doen.

Wil je je onzekerheid aanpakken en je impostergevoelens overwinnen, dan is het belangrijk om het stemmetje of misschien wel de stemmetjes in je hoofd te herkennen.

En vervolgens bijvoorbeeld die Innerlijke Criticus te negeren, van repliek te dienen of de mond te snoeren.

Heb je veel last van stemmetjes in je hoofd en wil je die leren hanteren? Lees het boekje ‘Ik (k)en mijn ikken’ er eens op na.

 

 

Hoe je te hard werken voorkomt

 

Je persoonlijke missie scherp hebben en op basis daarvan prioriteiten stellen is dé manier om te hard werken te voorkomen.

Met regelmaat spreek ik klanten die worstelen met de balans tussen hun werk en hun privéleven.

Vaak heeft die problematiek te maken met te hard werken in hun werk. Soms ook wel met privé te veel hooi op hun vork nemen.

Je bewust worden van je levensrichting en van wat er voor jou werkelijk toe doet, helpt je om keuzes te maken en te gaan voor wat werkelijk belangrijk voor je is, jouw persoonlijke missie.

Heb je je persoonlijke missie scherp, dan helpt dat om je prioriteiten te stellen en daar in je timemanagement rekening mee te houden.

Heb je je persoonlijke missie nog niet zo scherp? Ga dan aan het werk om je missie helder te krijgen.

 

 

Hoe je je successen toe-eigent

 

Mensen die veel last hebben van impostergevoelens zijn geneigd om hun successen toe te schrijven aan externe factoren. Vaak onterecht.

Misschien heb je dat gelezen in mijn vorige artikel.

Graag deel ik met je een tip van een van mijn netwerkcontacten. Als promovendicoach begeleidt zij promovendi op verschillende vlakken. Vaak is het belangrijkste onderdeel, hoe om te gaan met onzekerheid over je eigen prestaties.

Haar tip met betrekking tot het je toe-eigenen van successen:

Houd een poosje bij hoe je van tevoren tegen een bepaalde taak aankeek en hoe het uiteindelijk verlopen is.

  • Wat verwachtte je van jezelf?
  • Is die verwachting uitgekomen?
  • Als je succesvol bent geweest, waar lag dat dan aan?
  • Schrijf op wat je denkt en toets die gedachte vervolgens. Had je echt puur geluk? Was het inderdaad toeval? Of heb je zelf dingen gedaan die tot het resultaat hebben geleid?

 

 

Hoe je ervoor zorgt dat je goed in vorm komt en blijft

 

Het imposter syndroom de baas worden, wordt moeilijk als je niet fit bent. Wil je je impostergevoelens overwinnen, dan is het belangrijk dat je ervoor zorgt dat je letterlijk goed in je vel zit.

Vreneli Stadelmaier noemt in haar boek vier tips:

  1. Train je hersens, bijvoorbeeld met meditatie, mindfulness of yoga.
  2. Ga sporten. Dat is goed voor je zelfvertrouwen. Bovendien worden door sporten dopamine en serotonine aangemaakt en die stoffen zorgen ervoor dat je je gelukkiger voelt en minder gaat piekeren.
  3. Eet gezond en zorg voor voldoende slaap.
  4. Maak tijd voor vrienden/vriendinnen. En niet alleen voor de gezelligheid. Kennelijk maak je door ‘het leven’ met vrienden of vriendinnen te bespreken oxytocine aan. Die stof vergroot je geluksgevoel en vermindert je zorgelijkheid.

 

 

Overwinnen van impostergevoelens doe je niet zomaar even

Het imposter syndroom is hardnekkig.

Ik zie dat soms ook bij coachklanten. Het is iets dat je in de loop van jaren hebt opgebouwd. Dat heb je niet zomaar weer afgebroken.

 

Zoals uit mijn tips blijkt, is er ook geen rechtlijnige oplossing voor het syndroom.

Daarvoor spelen te veel factoren een rol bij het in stand houden van het syndroom.

Ik schat in dat het je al veel ruimte geeft, als je op onderdelen winst weet te behalen. Zodat je minder of geen echte last meer hebt van je impostergevoelens.

 

Wil je je impostergevoelens overwinnen?

Zorg dan voor een buddy. Of laat je begeleiden door een goede coach.

 

 

Heb je zelf ervaring met het overwinnen van impostergevoelens? Als buddy, coach of als iemand die zelf last heeft gehad van die gevoelens?

En wil je die ervaring delen?

Ik lees het graag.

 

 

 

 

 

Laat je niet verlammen door het imposter syndroom

 

Het is allemaal niet zo vreselijk ingewikkeld, een beetje bluf dus.”

Met lang niet alles wat gevraagd wordt in de vacatureomschrijving heeft Eric ervaring. Maar hij laat zich niet afschrikken. Zo spannend is het niet voor hem.

Voor Margriet is dat anders. Super spannend vindt ze het. “Wat ik allemaal gedaan heb, stelt niet zoveel voor. Ik kan eigenlijk niets bijzonders. Succesverhalen heb ik dan ook niet.”

Wist je dat vrouwen over het algemeen eerder geneigd zijn om op zeker te spelen dan mannen? Dat veel vrouwen bijvoorbeeld 100% zeker willen weten dat ze een functie aan kunnen, voordat ze reageren op een vacature?

En mannen? Die denken kennelijk veel eerder dat ze het wel kunnen. Zoals Eric zegt “Zo vreselijk ingewikkeld is het allemaal niet.

Met name succesvolle vrouwen kunnen last hebben van wat men noemt het imposter syndroom. Dat kan hen aardig in de weg zitten. Vooral ook met betrekking tot hun loopbaan.

Ze worden voortdurend gekweld door de angst dat ze ontmaskerd worden. Ze zijn bang dat anderen (en zijzelf) erachter komen dat ze niet competent genoeg zijn. Terwijl ze wel hun best doen om competent over te komen.

Ze ontwikkelen allerlei mechanismen om die ontmaskering te voorkomen. Daarbij realiseren ze zich niet, dat ze daarmee het risico lopen in een negatieve spiraal terecht te komen. Hoe dat werkt, lees je in mijn artikel.

Overigens is het imposter syndroom beslist niet alleen een vrouwending. Ook mannen kunnen er behoorlijk last van hebben.

 

Hoe beschermingsmechanismen je steeds onzekerder maken

 

Het imposter syndroom gaat over onzekerheid

 

Die onzekerheid heeft te maken met het feit dat je denkt dat je anderen een onrealistisch beeld van jezelf voorspiegelt. Dat je je mooier, beter, succesvoller voordoet dan je bent.

Terwijl je eigenlijk heel goed weet dat je wel iets kunt, op basis van wat je hebt gepresteerd. Zelfs op basis van harde feiten. Maar kennelijk heb je die prestaties niet of in elk geval onvoldoende geïnternaliseerd.

Je bent geneigd om je successen toe te schrijven aan externe factoren. Bijvoorbeeld pech of geluk of hulp van anderen. Zoals we dat dan noemen; je bent geneigd om extern te attribueren. Daarover later meer.

Een ander punt kan zijn, dat je geneigd bent de zwaarte van de taak te bagatelliseren. “Ach, het schrijven van die juridische teksten stelt niets voor.” Daarbij voorbijgaand aan het feit dat niet iedereen dat zomaar kan en even goed doet.

 

In een traject bij MEER WAARDE IN WERK komt dan al gauw naar voren dat je toch heel wat moet kennen, kunnen en zijn om zo’n in jouw ogen gemakkelijk klusje naar behoren te klaren.

Het je daadwerkelijk toe-eigenen van die kwaliteiten is dan een volgende stap. Voor iemand die regelmatig last heeft van gevoelens van het imposter syndroom is dat moeilijk.

Je bent bang dat anderen door het plaatje dat je voorspiegelt heen prikken. En dat je genadeloos door de mand valt.

Dat wil je krampachtig voorkomen en daar heb je dan je mechanismen voor. Ook al ben je je daarvan misschien lang niet altijd bewust.

 

 

Mechanismen om ontmaskering te voorkomen

 

Wist je dat symptomen van het imposter syndroom meer voorkomen dan je denkt?

Dat 75% van de vrouwen gevoelens van het imposter syndroom bij zichzelf herkent? Dat zelfs 30% van de vrouwen aangeeft er regelmatig last van te hebben?

Voor mannen liggen die percentages respectievelijk op 50 en 9%. Een aanmerkelijk verschil dus.

De cijfers geven overigens wel aan, dat de symptomen ook heel duidelijk kunnen spelen bij mannen.

 

Welke mechanismen zet men dan in om ontmaskering te voorkomen? Bewust of onbewust. Kijk maar eens wat je daarvan herkent.

 

Om te voorkomen dat je door de mand valt kan het zijn dat je harder gaat werken. Nog harder dan je wellicht al deed.

Dat je bijvoorbeeld ongezond perfectionistisch wordt.

Niet voor niets noem ik het ongezond. Want streven naar perfectionisme, uit angst om door de mand te vallen of uit twijfel aan eigen competenties, is beslist niet gezond. Je kunt jezelf daarmee aardig voorbijlopen en uiteindelijk kan het leiden tot burn-out.

 

Een ander beschermingsmechanisme om te voorkomen dat je door de mand valt, is uitdagingen vermijden.

Als je niet hoog grijpt, dan kun je ook niet diep vallen. In elk geval niet zo diep dat je door de mand valt.

Het voelt veilig om uitdagingen uit de weg te gaan. Bijvoorbeeld vooral niet in de schijnwerpers te gaan staan. Want stel je voor, ze zouden je wel eens kunnen ontmaskeren als je op de voorgrond treedt.

 

Maar die beschermingsmechanismen gaan je niet helpen. Integendeel, ze leiden ertoe dat je alleen maar onzekerder wordt. En dat je impostergevoelens dus sterker worden.

 

 

Hoe mechanismen om ontmaskering te voorkomen je nog onzekerder maken

 

In een eerder artikel schreef ik over intern en extern attribueren.

Attributie heeft te maken met het toeschrijven van het resultaat van je gedrag aan factoren in jezelf (interne attributie) of factoren buiten jezelf (externe attributie).

Heb je veel last van impostergevoelens, dan ben je geneigd om je successen toe te schrijven aan externe factoren. Bijvoorbeeld dat je toevallig geluk had. Of dat de taak niet zo moeilijk was als je had gedacht.

Mislukking daarentegen ben je eerder geneigd om toe te schrijven aan jezelf. “Zie je wel, ik kan dat gewoon ook niet goed. Voor mij is dat te hoog gegrepen.” Terwijl het best kan zijn, dat de omstandigheden ongunstig waren of de taak onvoldoende scherp was gedefinieerd.

 

Hoe komt het dan dat de afweermechanismen je nog onzekerder maken?

 

Neem als voorbeeld nog harder werken.

Dat harde werken leidt mogelijk tot het gewenste resultaat. Het is dus succesvol. Maar wat gebeurt met de betreffende persoon?

Die eigent zich dat succes niet toe. Die is geneigd om het succes toe te schrijven aan het harde werken. Of misschien zelfs wel geluk of hulp van anderen. In elk geval niet aan eigen competenties, haar kwaliteiten.

Bij een volgende uitdaging kan ze dus ook niet terugvallen op haar competenties. Voor haar gevoel is een volgend succes weer afhankelijk van externe factoren.

Ze is dus weer onzeker en bang dat het haar niet gaat lukken. Misschien is ze zelfs onzekerder dan de vorige keer.

 

Wat er gebeurt als je uitdagingen uit de weg gaat.

Ga je uitdagingen uit de weg, dan kun je ook geen successen ervaren. Dat betekent dat je niet kunt ervaren waar met name jouw competenties liggen, waar je goed in bent.

Dat je ook niet kunt experimenteren om te ontdekken wat wel of niet bij je past. Terwijl het je misschien wel aantrekt.

Dat maakt je nog onzekerder over wat je te bieden hebt, terwijl je je al onzeker voelt.

 

 

Ga uitdagingen dus niet uit de weg. Zie ze als een kans. Wees je bewust van wat je te bieden hebt en eigen je je kwaliteiten toe.

 

In een volgend artikel geef ik je tips hoe je het imposter syndroom tegen kunt gaan. En hoe je kunt voorkomen dat je in die valkuil stapt.

 

 

Voel jij je onzeker over wat je te bieden hebt?

Kun je wel wat hulp gebruiken bij het in kaart brengen van je kwaliteiten?

Neem gerust contact met me op voor het maken van een afspraak voor een vrijblijvend oriënterend gesprek.

 

 

 

 

Hoe alles gewoon noemen je weerhoudt van actie

 

“Ik ga het nu gewoon doen”, zegt ze.

Kennelijk heeft zij het thuis al zo vaak gezegd, dat haar partner het niet meer wil horen.

 

Gewoon’; je gebruikt het woord zo gemakkelijk. Met regelmaat hoor ik het ook van coachklanten. Vooral in de fase van werk maken van het werk dat ze willen doen.

Voor veel mensen is het spannend om de stap naar buiten daadwerkelijk te zetten. Dat is heel begrijpelijk. Misschien is het wel voor de meeste mensen zo.

Maar in plaats van dat ze tegen zichzelf zeggen dat ze het spannend vinden, zeggen ze bijvoorbeeld “het is nu gewoon een kwestie van doorpakken”. Of “gewoon een kwestie van doen”.

Maar wist je dat het dan niet zo gewoon is?

Dat het woord ‘gewoon’ vaak het tegenovergestelde betekent van wat het betekent? Zonder dat je je daar zelf bewust van bent?

‘Gewoon’ wordt namelijk vaak gebruikt om iets wat men niet gewoon vindt, gewoon te laten lijken (Paulien Cornelisse, Taal is zeg maar echt mijn ding, p. 119/120).

En het op die manier gebruiken van ‘gewoon’ beïnvloedt in negatieve zin je gedrag.

 

Waarom je op moet passen met het woord 'gewoon'

 

Gewoon’ doen werkt als een bezweringsformule

 

Door hard te roepen dat je het gewoon gaat doen, loop je het risico jezelf te overschreeuwen.

In plaats van je onzekerheden onder ogen te zien.

In je bewustzijn weet je waarschijnlijk heel goed dat het voor jou niet gewoon is. Dat het eerder heel ongemakkelijk voor je is. En dus ongewoon.

 

Roepen dat je het gewoon gaat doen werkt misschien als een demper van je onzekerheden en je angsten.

Een soort stootkussen waardoor je niet voelt hoe spannend je het vindt.

Maar de manier waarop je het zegt, zegt waarschijnlijk al genoeg. Ook voor een aandachtige luisteraar. En zeker voor een goed opgeleide en ervaren coach.

 

 

Doe jezelf geen geweld aan door te zeggen, dat je het gewoon gaat doen.

 

Durf onder ogen te zien dat je iets best spannend vindt en deel dat met anderen.

Kom er voor uit.

Daar is niets mis mee. Integendeel, dan kun je de angst of je belemmering onder ogen zien en er actie op ondernemen. Acties die je helpen om daadwerkelijk stappen te zetten.

Zoals een van mijn coachklanten mij mailde:

“Ik ben aan het proberen om afspraken te maken. Dat gaat nog niet zo makkelijk, merk ik. Of ik krijg ze niet te pakken of ze bellen niet terug.

Ik merk ook bij mezelf dat het wel een hobbel is om te nemen.

Tot nu toe achter het bureau met deze dingen bezig zijn was heel leuk, maar nu komt het heel dichtbij en komen allerlei onzekerheden langs……

Voor jou vast herkenbaar bij andere kandidaten….hoop ik…..”

 

Dat is zeker herkenbaar. Dat heb ik ook met haar gedeeld en haar op basis van mijn ervaring een paar tips gegeven.

Twee dagen later kreeg ik al een reactie op mijn antwoord:

“Voor volgende week heb ik twee afspraken staan”.

 

Het helpt je niet om onzekerheden te bezweren met uitspraken dat je het gewoon gaat doen.

Voor jou is het misschien niet gewoon. Zoals het voor velen niet gewoon is.

Voor jou voelt het wellicht ongemakkelijk en dat mag zo zijn.

Want druk je de onzekerheid weg, dan blijft die toch rondspoken in je hoofd. En misschien wel als een duveltje op je schouder zitten.

 

 

Door het gewoon te vinden dat je het doet, loop je het risico dat je het niet gaat doen.

 

In je bewustzijn weet je dat je het niet gewoon gaat doen. Nee, je weet dat je steun en houvast nodig hebt om het daadwerkelijk te kunnen.

Het duveltje op je schouder of het stemmetje in je hoofd, zal je dat dan ook laten horen.

Zie je over het hoofd wat je nodig hebt om daadwerkelijk iets te kunnen doen, dan gebeurt er waarschijnlijk niets.

Ook dat zie ik bij mijn coachklanten. Bijvoorbeeld na de 3-daagse training of na een individueel loopbaantraject.

Sommigen hebben genoeg aan de training of het loopbaantraject. Zij zetten écht gewoon stappen om het werk te realiseren dat ze voor ogen hebben. En soms zelfs binnen een paar weken tijd.

Is het niet gewoon voor jezelf, wees dan slim en voorzie in wat je nodig hebt om daadwerkelijk in actie te komen.

 

 

Een vijftal tips om werk maken van werk écht gewoon te gaan vinden

 

Dan denk ik aan een proactieve benadering van de arbeidsmarkt. En niet aan traditioneel solliciteren.

Bij traditioneel solliciteren kun je je verstoppen achter je computer. En achter de door jou geschreven brief.

Bij de proactieve benadering moet je je als persoon laten zien. Je moet zelf actie ondernemen en zelf de drempel over. En dat is lang niet voor iedereen gewoon.

Ik geef je een vijftal tips om drempels te slechten:

 

1. Maak voor jezelf een plan en zet je acties uit in de tijd.

Zoals in een van mijn vorige artikelen aangegeven, bepaal het moment van je eigen startschot, je finish en je doorlooptijd.

 

2. Deel je plan en je doelen met een maatje.

Dat kan een coach zijn, maar bijvoorbeeld je partner, vriend of vriendin kunnen ook die rol vervullen.

 

3. Realiseer je dat elke ontwikkeling begint met een eerste stap.

Die eerste stap kan best spannend zijn, maar elke volgende stap wordt het lopen al gewoner.

 

4. Bereid je voor door zaken te visualiseren.

Bijvoorbeeld het maken van een afspraak voor een gesprek.

Schrijf uit hoe je je gaat introduceren, wat jouw compacte boodschap is en jouw vraag.

 

5. Evalueer je acties en leer ervan.

Hoe vond je dat het ging? Welke complimenten geef je jezelf? Welke tips met betrekking tot wat je een volgende keer anders doet?

 

 

Door daadwerkelijk stappen te zetten en daarvan te leren creëer je en vind je gaandeweg zekerheid in jezelf.

Gaande de rit zul je met steeds meer gemak mensen benaderen en gesprekken voeren. Niet alleen wordt het steeds gewoner voor jezelf. Je zult ook merken dat je er steeds meer van kunt genieten.

Je hoeft niet meer met jezelf bezig te zijn, maar je kunt al je aandacht richten op het gesprek.

 

 

Kun je wel wat hulp gebruiken bij het realiseren van je plan?

Bel (0575-544588/ 06-54762865) of e-mail ([email protected]) me gerust voor het maken van een afspraak voor een vrijblijvend oriënterend gesprek.

 

 

 

 

Weten wat jouw assets zijn is van cruciaal belang voor een succesvolle loopbaan

 

Onlangs las ik een artikel op de website van deondernemer.nl met de intrigerende kop ‘Hang een prijskaartje aan jezelf’.  

Zo’n titel roept bij mij als loopbaanprofessional een bepaald beeld op. Maar de inhoud van het artikel ging over iets heel anders dan ik veronderstelde.

Zo zie je maar weer, dat je waarneming wordt gekleurd door de bril waardoor je kijkt.

En ook al ging het artikel over iets heel anders dan ik dacht, er zijn duidelijk verbanden te leggen tussen de inhoud van het artikel en mijn vakgebied als loopbaanprofessional.

 

Want weten wat je te bieden hebt op de arbeidsmarkt, weten wat jouw assets zijn, is van cruciaal belang voor een succesvolle loopbaan.

Als jij een goed beeld hebt van jouw assets, dan kun je een inschatting maken van wat jij waard bent voor een werk- of opdrachtgever.

En dan denk ik beslist niet alleen aan het prijskaartje dat je aan jezelf kunt hangen.

 

weten wat je assets zijn

Assets, wat zijn dat?

 

Het begrip asset’ wordt in verschillende contexten gebruikt.

In de economische betekenis is een asset ‘iets van waarde’ en te omschrijven als:

Alles met een commerciële en- of vervangingswaarde, dat eigendom is van een bedrijf, stichting of individu. Een asset heeft een bepaalde waarde in het economisch verkeer.

 

Wist jij dat je zo ook een bedrag aan jezelf kunt koppelen?

Kennelijk kun je de economische waarde ook uitrekenen voor een individu. Je moet dan denken aan je vermogen, je eigendommen, je activa. Daarover ging het artikel op deondernemer.nl

Heb jij ooit gehoord van je netto financiële waarde? Heb jij misschien zelfs je eigen netto financiële waarde al eens berekend?

Ik niet. Ik wist zelfs niet wat dat is.

Maar zou je je netto financiële waarde willen berekenen? Op internet is daar volop informatie over te vinden.

 

 

Assets in de psychologische betekenis van het woord

 

Assets in de psychologische betekenis van het woord zijn voor mij als loopbaanprofessional interessanter.  

Bij assets in die betekenis moet je denken aan waardevolle eigenschappen, persoonlijke kwaliteiten, pluspunten van jou als persoon.

Je assets zeggen iets over wat jij te bieden hebt op de arbeidsmarkt. En wat jou van anderen onderscheidt.

Overigens hoef je je assets niet per definitie te gelde te maken in het werk dat je doet en je assets kunnen ook buiten je werk van betekenis zijn.

 

 

Assets met betrekking tot werk en inzetbaarheid in werk

 

Hoe zit het met jouw kennis als professional? Wat doe je met wat je weet? Hoe pas je je kennis toe? En wat zijn jouw persoonskenmerken en wat is jouw attitude?

Het antwoord op die vragen zegt alles over jouw assets. En jouw assets zeggen iets over wat jij waard bent op de arbeidsmarkt.

 

Met betrekking tot werk spreekt men ook wel van een drietal niveaus.

Als basis assets ziet men basisvaardigheden en essentiële persoonskenmerken zoals betrouwbaarheid en integriteit.

Als intermediate assets, het tussenniveau, ziet men specifieke beroepsvaardigheden, algemene vaardigheden zoals communiceren en het oplossen van problemen en persoonskenmerken zoals motivatie en initiatief.

High level assets omvatten skills die een aanmerkelijke bijdrage leveren aan het resultaat van een organisatie. Professionals met dat niveau blinken bijvoorbeeld uit in teammanagement, zelfmanagement of het signaleren en grijpen van kansen voor de organisatie.

Zoals ik ook wel hoor van mijn coachklanten; dat zijn de professionals die het predicaat krijgen van ‘topper’, ‘executive’ of ‘high potential’.

 

 

Je assets en mijn coachtrajecten

 

In een traject breng je aan de hand van je succesverhalen je assets in kaart.

Wil je een idee krijgen van hoe we werken met je succesverhalen, lees mijn artikel er nog eens op na.

 

Maar het weet hebben van je assets is niet genoeg. Als professional moet je je ook met je assets kunnen profileren en ze kunnen ‘vermarkten’, ook al klinkt dat in jouw oren misschien wat negatief.

Het is belangrijk dat je je ambities kenbaar maakt, dat je je laat horen. En dat je overtuigend presenteert hoe jij voor een organisatie van betekenis kunt zijn. Niet alleen offline in gesprekken, maar bijvoorbeeld ook online op LinkedIn.

 

En dat leer je in een coachtraject.

En zo voorkom je dat je, net als een van mijn klanten, voor een voor jou aantrekkelijke functie gepasseerd wordt en achteraf te horen krijgt “ik wist niet dat jij ambities had”.

 

 

Heb jij je assets niet goed in beeld?

Of vind je het moeilijk om je daarmee te profileren?

Neem contact met me op voor een oriënterend gesprek.

 

© foto: Martin Langbroek